Posted on Leave a comment

Geen Verlosser, Geen Verlossing

In De Intrede Van Christus In Brussel brengt Dimitri Verhulst het verhaal van de Verlosser die komt, Hemzelve, naar Brussel nog wel. En Verhulst meent het. Want het was op ‘t nieuws. Alhoewel dat niet wegneemt dat het weer belangrijker is (geen regen voor een keer). Of eigentijdse beschouwingen over ‘t hedendaagse van de lokale wereld waarnaar Hij afdalen zal. De ik-verteller deelt met ons zijn messcherpe analyse van den Belgiek, 2- of meertaligheid, Maria die vereerd wordt waar ze verschijnt (en dat is meer dan je denken zou); de futiliteit van een koe in Brussel tegenover de nalatige en misbruikende kerk (jawel, die van Hem). En de bredere geschiedenis, die van die godverdomse bol, doet de verteller beseffen deel te zijn van een verloren generatie. Maar kijk, geleidelijk overwinnen hij en de bevolking hun apathie en beginnen te beseffen; de intrede van Christus staat gepland voor den eenentwintigste juli. De nationale feestdag. En het gaat door.

De aankondiging van de Komst valt samen met de komst van de jaarlijkse kermis, en de stad beleeft een ingrijpende renaissance. De stad herleeft, en herkleurt in het aanschijn van de verschijning van de Almachtige. Toeschouwers maken zich klaar, een organisatiecomité organiseert, een route dient uitgestippeld, een welkomstwoord geschreven. Om taalkundige redenen (kennis van het Aramees) zal de Godenzoon begeleid moeten worden door het soort uitgestotene waar Hij een zwak voor heeft, een asielzoekster, meisje nog, kind nog.

In zijn rijke en zinnelijke taal, doordrenkt van cynisme weliswaar, dissecteert Dimitri Verhulst de wereld, de maatschappij, die Hij bezoeken zal. In één gulzige teug heb ik me gelaafd aan de woorden- en gedachtenstroom van Verhulst, dit boek in 14 goddelijke doch bangelijk groteske staties. Ik was blij dat de ‘ik’ geen uitstaans heeft met de levende Verhulst zelve, want dat is de reden waarom ik me zijn De Laatste Liefde Van Mijn Moeder niet aanschafte. Dat was trouwens de enige niet-aanschaffing in een hele reeks, een reeks waar dhr Verhulst bij aanschaf van deze intrede erg geniepig de novelle Monoloog Van Iemand Die Het Gewoon Werd Tegen Zichzelf Te Praten aan toegevoegd bleek te hebben begin 2011. Geniepig, want zonder dat ik het wist.

In De Intrede Van Christus In Brussel verzamelt de dolle mensenzee van Ensor zich tussen de terloopse bespiegelingen van de ‘ik’ over media, gerecht, vluchtigheid, stakingen, regeringsvormingen en regeringsvormen, of futiliteiten als de onverwachte kennismaking met een buurman, de onverwachte biecht van een moord ook. Het wordt een optocht van flagellerende zondaars, onbeantwoorde wanhoopsdaden van godsvrezenden. Met zijn fantasie en zijn pen is dhr. Dimitri Verhulst niet te schijterig om als schrijvende god een bevlogen maatschappijsatire te produceren en zo een volgend klein meesterwerk aan zijn reeds indrukwekkende lijst schrijfsels toe te voegen.

Posted on Leave a comment

Another dog year gone by, 2011 in review

Zo’n goed jaar geleden (30 januari 2011 om exact te zijn) publiceerde ik hier een bericht onder de hoofding Brief aan mijn Psycholoog. Het was een openhartige terugblik op een woelig 2010. Alhoewel we ons terecht de vraag kunnen stellen welk jaar uiteindelijk geen ‘woelig’ jaar is, voelde ik de nood om -tijdens een korte, maar prachtige familiekerstvakantie- een iets meer gestructureerde terugblik te wijden aan het -op dat moment- aflopende jaar. En al doende werd het blikveld ineens verruimd naar… mijn leven. Uit het geheel van terugblikken putte ik moed voor het -op dat moment- aanstormende 2011 op vlak van mijn Bruto Persoonlijk Geluk. Intussen kan ik al verklappen dat 2011 leerde dat ik op en top een Type I ben volgens de Motivation 3.0 van Daniel Pink. Een grootse toekomst ligt daarom duidelijk in het verschiet!

Nadat ik eerder al terugblikte op mijn statistisch blog-jaar (Another blog year gone by) en mijn top-muziek-jaar (Another sound year gone by), wil ik hierbij een vervolgje breien aan mijn persoonlijk jaaroverzicht 2010 door ook 2011 in kaart te brengen.

Uit de curve van einde 2010 die ik opnam in de  Brief aan mijn Psycholoog bleek de verwachting dat er een sterke groei zou zijn vanaf april 2011. Wel, het werd uiteindelijk juni, maar de groei was daarbij nog veel explosiever dan verwacht. Een mutatie binnen Capgemini leverde me na 8 jaren roepen in de IT-woestijn een fenomenale doorbraak in Scrum op. Net daarvoor (april) had ik Ken Schwaber nog naar Brussel gehaald voor het Agile Consortium België en een week later woonde ik, op uitdrukkelijke uitnodiging van Ken zelf, zijn sessie van de nieuwe PSPO cursus bij in Amsterdam (Professional Scrum Product Owner). Dat ik hiervoor privé-vakantie moest nemen, is intussen al lang vergeten omdat het me de kans gaf om de nodige certificaten te halen in PSPO, waarna ik goedkeuring kreeg om Professional Scrum trainer te worden in zowel PSM (Professional Scrum Master) als in PSPO. Door administratieve perikelen raakte het uiteindelijk pas gefinaliseerd in de zomer, wat op dat moment dan weer een sterke impuls in goed gevoel opleverde. Het najaar bracht vooral veel werkdruk, evangelisatie en trainingen (maken, geven en trainers trainen). Daarbij werkte ik aan publicaties op mijn blog maar ook op de award-winning blog van Capgemini, Capping IT Off, maar het hoogtepunt was de overname en publicatie op Scrum.org van mijn paper, The Blending Philosophies of Lean and Agile.

Privé bracht het jaar stabiliteit in de Duchenne-aandoening van onze oudste zoon, gingen we tijdens de kampen van onze zoons met de dochter naar Parijs en met het voltallige gezin hadden we een fantastische vakantie in Frankrijk. Op het einde van het jaar maakten we nog een chaotische uitstap naar London, die dan weer net op tijd kwam om een stevige professionele dip te verwerken. In de loop van het wilde 2011 moesten we verschillende elektrische toestellen vervangen. Maar dat resulteerde uiteindelijk ook in de aanschaf van Digitale TV (bij Telenet), en dat leidde tot een erg voldaan gevoel. Niet omdat ik met mijn Scrum Teams in de periode 2003-2006 hier zelf mee de basis van legde door de ontwikkeling van het Core Server Platform ervan, maar door de kwaliteit en de mogelijkheden. Na lange jaren en manmoedige inspanning was ik totaal niet meer verknocht aan het kijkkaske, maar met dat digitale gebeuren kan ik prima leven. Bij de meeste voldoening haal ik echter uit de realisatie van mijn eigen poëziebundel, La NOuvelle Cycluste (ONgekelderd en NOg dicht), nog steeds te verkijgen bij Unibook.com trouwens, maar ook de vrijgave van mijn lang geleden gerealiseerde muziek als hHijirt! op MySpace.com (niet dat dat nog een aantrekkelijk platform is, to be honest) onder de naam waar ik mijn toekomstige muziek onder wil componeren, Shifting Cargo.

Een erg opvallende evolutie op de scheidslijn van privé en werk (als die scheidslijn er al is in mijn werkaholisch geval) is dat ik nu geregeld op hotel vertoef, voor trainingen en om klanten (vooral in Nederland) te ondersteunen.

Ik heb de evolutie van 2011 doorgetrokken op deze van 2010 (en het leven dat daarvoor al had plaatsgevonden):

En wat brengt 2012?

Grootse plannen. Gewoon verder doen. Ik ben vast van plan om door te gaan op het ingeslagen pad, maar met wat noodzakelijke blikverruiming. Beetje afbouwen qua working like a dog. Terug een beetje borduren bijvoorbeeld en al eens terug wat literatuur lezen.

Posted on Leave a comment

Legendarisch Hedendaags

Met Hedendaagse Legendes werden 3 klassiekers in het stripgenre gebundeld. Pierre Christin schreef in de periode 1975-1977 3 fantastische verhalen die door Enki Bilal werden geïllustreerd. En met ‘fantastisch’ refereer ik niet enkel aan de kwaliteit maar ook aan de inhoudelijke verhalen. Ze brengen gebeurtenissen die zich tegelijk in en buiten onze reële werkelijkheid bevinden, maar we worden quasi argeloos meegenomen op 3 reizen door het uitzonderlijke met een sci-fi tintje.

In Het Dorpje Dat Ging Vliegen (1) beleven we de luchtreis van een volledig dorp. De bewoners genieten bepaald van hun uitstapje dat hen voor één keer onttrekt aan de zware aarde. Ondertussen breken de militaire onderzoekers in het nabijgelegen experimenteel onderzoekscentrum zich het hoofd over het waarom de effecten van het onstopbaar experiment met de zwaartekracht zich vooral buiten het proefgebied lijken te manifesteren. Terwijl de dorpelingen zich vermaken, doen zich griezelig psychomorfische veranderingen voor bij de militairen. Allicht interessant studiemateriaal.

De legendarische figuur 50/22B (ook wel: Guesdin, Guidoni, El Ciego), een raddraaier in hart en nieren, die als intermediar overdrager van energie eerder de zwaartekracht hielp overwinnen, bezoekt in Het Schip Van Steen (2) een ruraal dorpje aan zee dat bedreigd wordt door megalomane projectontwikkelaars. Samen met de lokale gemeenschap, zijn eeuwenoude tovenaar en alle historische dorpsbewoners wordt een indrukwekkend ontsnappingsplan in werking gesteld.

In De Onbestaande Stad (3) genoot ik het meest van de onverwachte omkering van dromen en idealen. In het begin worden we wreedaardig opgewekt uit utopiaans gedroom door de werkelijkheid van een aanslepende staking in een lokale fabriek. Als de eigenaar, beheerder en dominator van de fabriek (en het stadje) voortijdig het leven loslaat, start een merkwaardige sequentie aan gebeurtenissen. Centraal daarin staat de enige erfgenaam die, geïnspireerd door de intussen gekende mysterieuze subversieveling, zich niet wil onttrekken aan haar ‘plicht’ te betalen voor het geld dat haar familie heeft vergaard. Mits enige manipulatie van de hongerige wolven die de overgebleven directeuren vormen, slaagt zij erin een nieuwe stad tot stand te brengen voor de inwoners. Dit leidt bij sommigen tot de omkering van een droom, en de inverse aard van de wreedaardige opwekking eruit. Een stad die niet bestaat? Of niet kan bestaan? Of beter niet had bestaan?

De verhalen bevatten een naturalisme waar Emile Zola zich helemaal in zou kunnen terugvinden; een sociaal, emanciperende inslag tegen de achtergrond van een soort oud-industrieel oud-Frankrijk. Inhoudelijk hebben ze de aanwezigheid van een zelfde engel-achtig figuur gemeenschappelijk, waarvan het staatsvijandig belang, zo wordt geschetst in een kort inleidend verhaal voor het eigenlijke Het Dorpje Dat Ging Vliegen begint, niet kan onderschat worden. In datzelfde inleidende verhaal wordt ook het subversieve karakter van beide auteurs aangeraakt, met hun hunker naar maatschappelijke rechtvaardigheid en een betere wereld. En elk verhaal leidt effectief tot een nieuwe wereld voor de bewoners van de verhalen. Alhoewel het in De Onbestaande Stad toch eindigt met een lichte, ironische kanttekening omtrent de wenselijkheid en het noodzakelijke isolement van gerealiseerde idealen.

De illustratiestijl van Bilal is herkenbaar, zijn personages zijn reeds karakteristiek, maar het zijn nog heel erg… tekeningen. Ze zijn prachtig, maar nog maar een voorbode van de verbeeldende stijl die hij later zou aannemen, als hij ook de verhalen voor zijn rekening neemt. Een hoogtepunt is natuurlijk de Nikopol-trilogie, alhoewel zijn grafiek is blijven evolueren. In zijn laatste reeks, met de voorlopige eerste twee delen Animal’z en Julia & Roem, bestaan de prenten eerder uit houtskool of gouache-achtige schilderijen waarin het belang van aflijning zo goed als is verdwenen. Ik vind het dan ook een beetje dubbel dat deze bundeling “Hedendaagse Legendes” werd heruitgebracht met een nieuwe cover door Bilal die impressies uit de 3 gebundelde verhalen bevat. Het is erg mooi, maar de cover is gemaakt in de stijl die Bilal vandaag hanteert, inclusief de overwegend blauwe inkleuring, terwijl de verhalen zelf daar nog maar de prille oorsprong van bevatten (op pagina 167, plaat 47, herken ik de prille trekken van de latere Parijse machthebber in Kermis Der Onsterfelijken). Maar de verhalen en de grafische verbeelding ervan zijn zondermeer klasse en de moeite, dus laat je door die kleine misleiding niet op het verkeerde spoor zetten, dus ook niet ontgoochelen.

Samen maakten Bilal en Christin later trouwens nog de meesterwerken De Falangisten Van De Zwarte Orde en De Jacht. Uitmuntende aanraders die zich helemaal afspelen tegen dubbelzinnige, politieke achtergronden.

Posted on Leave a comment

Another sound year gone by, 2011 (Top Music)

2011 in retrospect turns out to have been an exciting year. Some bands produced great music; some as they have always done, some as they once did (and then left off a bit, so we can use the word ‘comeback’), some as they did for the first time. I’m glad I postponed this overview a bit, as I purchased some (what turned out) great recordings last-minute in the year. I also caught up with the past, so I’ll be mentioning some older recordings in 2011 although they should have had a place in previous Top Music overviews (2008, 2009, 2010). Or much longer ago.

Top 5

  1. dEUS – Keep You Close
  2. Snow Patrol – Fallen Empires
  3. Agnes Obel – Philharmonics
  4. Smith & Burrows – Funny Looking Angels
  5. Elbow – Build a rocket boys

dEUS released a simply brilliant album with Keep You Close. It shows a sound and cohesive band, not afraid of alt.rock breaks and rhythms, subtle background noises and little bites but still manages to be funky, steamy or romantic while keeping an eye on melodies and pop-ear friendliness. The album is full of great arrangements and orchestrations, and integrates their well-known indie weirdness into a very mature approach to modern rock. dEUS made me realize the mistake of not buying their previous work (Vantage Point), although I already had all of their albums, including a whole bunch of singles and some specials.

dEUS ran a close race with Snow Patrol, whose new release Fallen Empires I only decided to get on the verge of 2012. I am absolutely fond of the band and its down-to-earth charismatic singer/writer Gary Lightbody. But I didn’t feel like buying their previous collector album, and their new singles felt over-familiar. But how wrong was I. They expanded their sound pallet enormously with subtle key boards, synths and electronics. But they managed to keep their essential integrity although I feel even the approach to their guitar playing has been shaken up a bit. I hear them immersing the later rock orientation of Eyes Open in the indie sound of Final Straw (my first love) and still opening that up to wider horizons and stadions.

Agnes Obel surprised me with the sheer beauty and stillness of Philharmonic. I didn’t buy it upon the Riverside single on the radio, but after seeing her playing it live at some television show. And although it is a fantastic song, the album has more than enough besides that single. There’s the follow-up Brother Sparrow for instance, but I have a personal favor for the interpretation of the John Cale song Close Watch. Because I waited long enough I was able to buy the “Deluxe Edition”. It is a terrible insult for the early buyers to release such editions later, but maybe they find rest if I tell them that the additions (“Live In Copenhagen” versions and “Piano Sessions”) don’t add too much as far as I’m concerned.

The only regret I have over the winter album Funny Looking Angels by Smith & Burrows is their band name. Well, it isn’t really a band name, and that’s what I regret. But, hey, the album itself is a terrific combination of own material and carefully selected covers. From the care put into them, in the singing, the (re-)arrangements and the instrumentation, you can’t tell them apart. Both artists turn out to be great singers ànd musicians. The first being a sort of surprise as far as Andy Burrows is concerned, the latter for me not really, being a gigantic fan of Tom Smith and Editors. Music to listen to while slowly drudging through the snow, replacing a warm fireplace, or -better- sitting by a warm fireplace you longed for during that long drive.

It’s too easy to say that Elbow has confirmed their quality with Build A Rocket Boys. Although they did, their standards for intensity, beauty and withheld charms are so high that even just confirming earns them a place amongst the best albums of 2011.

New

The last days of 2011 gifted me with the debut of Belgium’s School is Cool. And I must admit that I am highly surprised by the song material, the overall sound and production, the drive and the variation on their debut Entropology. Sort of too bad of the silly band name, but luckily I overcame that and got their record.
Intergalactic Lovers
is another Belgian band that released their debut in 2011, called Greetings & Salutations. But unlike School Is Cool, the album isn’t convincing overall. The singles are great, but stick out too much compared to the rest of the album. In their lyrics I feel Intergalactic Lovers need to grow while in that area, School Is Cool shows much more maturity.

Old New

I would absolutely like to mention the new Waterboys album, An appointment with Mr. Yeats. In several interviews over the last years, Mike Scott pointed out that he had been around for so long and had lived and survived so much in music that he was having a hard time working out new songs. Although their live shows are superb and energetic, yondering from past to modern with great improvisations and full of musical drive, the Book Of Lightning album did prove Mike’s point. However, the boys did not only find inspiration in Yeats’ poetry, they turned it into vivid songs, grabbing what made them so great in the past and mixing that in a melting pot with rock and folk ingredients, and layering it with great backings, violins and flutes to spew a wild, organic and enthusiast set of multi-layered songs.

Gavin Friday produced a very alienating album catholic. Although not co-written with long-time companion Maurice Seezer, the overall arrangements are equally subtle, emotional and rich. It sometimes revives the past (in a good way) to show us the wild performer, but mostly Gavin sings of the emotional rollercoaster that ran over him during the last 5 years. To date I still feel that he’s showing and hiding at the same time in his lyrics. He’s being very personal, but it feels like at the same time he runs from it by generalizing his expressions in order to hide. His completely authentic approach to (pop) music suffers a bit from it, but his amazing live performances totally stand out.

For various reasons I intensely enjoyed following albums:

  • Axelle Red manages to take different directions with each album. Although probably not always too successful in it, Un Coeur Comme Le Mien knew to convince me in combining the French language with some country feel and Axelle’s chansons.
  • I had lost sight of Heather Nova, except for her radio singles, for many years. But 300 Days At Sea showed her using her roots to update her sound, and focus on song quality again (over production). Glad to have seen her play live as well.
  • Editors gave us the low-cost collection You are fading (part I-IV), combining some great songs, new or alternative versions of existing material, as well as sometimes showing that some materials were rightfully not included on the regular albums.
  • Nid & Sancy gave us the free collection of songs bundled as Add Nightmare And Rinse, that -to a certain extent- blew me away. They certainly know how to mindblowingly combine electronics with soft shocks of infused guitars and voice noise.

The Kaiser Chiefs (The future is medieval), The Horrors (Skying), British Sea Power (Valhalla Dancehall), Florence + the Machine (Ceremonials), PJ Harvey (Let England Shake), Beirut (The Rip Tide) and Arctic Monkeys (Suck it and see) all showed their star quality and their status as firm and standing rock artists.

New Old

As mentioned, I wanted to hear the previous work of dEUS in its current incarnation of people. And Vantage Point (2008) is worthwhile. It lacks the broader perspective of Keep You Close, but it’s certainly more coherent than Pocket Revolution. I can’t tell whether it would have made my Top 2008, but I do know that The National would have made my Top 2010 with High Violet. Because it is a work of staggering intensity, driven guitars and killer rhythms and percussion.

2011 proved again that you can’t get your youth completely out of your system. Siouxsie and the Banshees with Tinderbox (1986, remastered 2009) and The Dead Kennedys with Fresh fruit for rotting vegetables (1980) have been in my favorite playlists for quite some time. And not only did they not bore me, they still give me much joy.

Nederlands – Dutch – Niederländisch – néerlandophone

In ons Nederlandse taalgebied, en met Nederlandstalig werk, bevestigde Yevgueni met Welkenraedt wat we al enkele malen live hadden meegemaakt, namelijk dat ze stevigere rockers, eerder dan folkies, zijn dan eerder werk misschien deed uitschijnen.

Mira liet met het gelijknamige album een zachtere zijde zien, zonder haar spitse taalkunde uit het oog te verliezen. Alhoewel de muzikale songinslag van Hannelore Bedert gevoelsmatig knapper lijkt, kan haar Uitgewist mij niet ontdoen van een voyeuristisch gevoel, dat net iets te mono-thematisch is. Maar, let wel, het blijft huiveringwekkend knap soms. Tegenstrijdige gevoelens dus. In lijn met het album?

Luc De Vos bracht met zijn vehikel Gorki allicht zijn beste album sinds enige tijd uit, Research en Development. Maar hij blijft lijden aan het syndroom dat hem tegelijk zo sympathiek maakt, namelijk dat het allemaal niet te ernstig moet zijn.

Via Radio 1 ontdekten we onze lokale zigeunerkoningin, Lady Angelina. Met Amor y Caracon bracht ze ons vertederende, licht-droevige maar steeds warme en tedere beschouwingen.

Posted on Leave a comment

Down (drukke zaterdag, elke zaterdag)

Elke zaterdag is een drukke zaterdag voor onze kleine (nou ja) Down-kerel. En dankzij de inhaalbeweging op school kan hij zijn zaterdag, en bij uitbreiding zijn weekend, al goed voorspellen. Hij heeft namelijk de betekenis van het woordje ‘gedaan’ geleerd via SMOG (‘Spreken Met Ondersteuning van Gebaren’, een vorm van gebarentaal). En door dit te combineren met de dagen van de week, die hij intussen ook leerde, heeft hij leren afbakenen in de tijd.

Dus, zijn zaterdag ziet er als volgt uit: ‘slapen’ ‘ gedaan’ + ‘turnen’ + ‘turnen’ ‘gedaan’ + ‘eten’ + ‘eten’ ‘gedaan’ + ‘spelen’ ‘scouts’.

Want in de voormiddag gaat hij turnen bij de G-Gym groep van turnkring Deugd & Moed. Op de foto zie je hem in het midden van de cirkel.

En ‘s namiddags vliegt hij al met hetzelfde, ongelooflijke enthousiasme naar de Akabe-scoutsgroep De Zonnepinkers. Op de foto zie je hem blauw geschilderd, geïnspireerd op Bobo.

Posted on Leave a comment

De Volgende Pooh (gekruist)

Tijd om als tegengewicht voor mijn workaholisme een nieuw, oud borduurproject boven te halen, Pooh en zijn vrienden aan de befaamde blauwe ballon. En alhoewel ik zelfs tijdens het borduren wordt gedreven door efficiëntie (de kortste weg, zo weinig mogelijk draad gebruiken, strakke kruisjes) haalt het mijn brein toch lekker weg van de wereld, geeft het rust. En dat is belangrijk om niet onderuit te gaan, liet mijn lichaam blijken.

Dus, Pooh, here I come. Met mijn naailap en naald, mijn Paddington borduurdoos en mijn zwanenschaartje.

ps. Een andere zelfbeschermingsmaatregel is dat ik lekker ontspannen ben beginnen lezen in PB Gronda’s nieuwste, “Onder Vrienden”. Dertigjarige schrijver met Italiaanse vrouw schrijft over dertigjarige schrijver met Italiaanse vrouw die samen met vrienden het ongeluk van zijn dertigste verjaardag viert. Benieuwd. Zijn debuut, “Nemen we dan afscheid van de liefde“, beval me zeer. De opvolger, “Kentucky, mijn land”, minder.

Posted on Leave a comment

En de midvoor, hij scoorde (ook in boeken)

Ik heb Jan Mulder nooit in het echt weten voetballen. Daarvoor ben (was) ik te jong. Hij dus te oud?

Het vormde geen beletsel om intens te genieten van zijn boek Chez Stans, waarin hij teder terugdenkt aan zijn overgang naar en 7-jarig verblijf bij Sporting Club Anderlecht. Centraal staan echter vooral de liefdevolle herinneringen die hij ophaalt, aan het kleurrijke en immer gezellige Brussel, de gemoedelijkheid, de kleurrijke personages, de specifieke lokaties, de autos, de vrouwen en… het voetbal.

In de eerste helft van Chez Stans speelt Jan mooie één-tweetjes uit tussen heden en verleden, Winschoten en Brussel. Later dribbelt de voetballer die hij was verbeten tegen de schrijver die hij werd. Hij (maar welke hij?) zou nochtans beter moeten weten. Mooiprater die hij was en is. Hij legt vaak een bochtig parcours af, brengt zijn lezer in de war met weer een dribbel, een draaibeweging die je even doet zoeken naar het juiste zicht op de situatie, op wie er spreekt, waar die verteller zich bevindt. Maar ik weet dus niet of dat ook zijn typische voetbalstijl was. Wegens te jong. Hij te oud? Erg opvallend is alleszins de openheid waarmee de aimabele heer spreekt over de romantiek in zijn voormalig voetballersbestaan, de vele liefdes, groot, klein, kort, lang, onverteerd, soms ongeconsumeerd, soms nabij, soms veraf. Voorbijgaand, zoals blessures, groot en klein.

Opvallende momenten, hilarisch of vertederend, zijn er in overvloed. Ik genoot erg van de verplaatsingen van het verre Winschoten over Breda, Wuustwezel, Antwerpen naar het geheuvelde Brussel, langs het paleis. Datzelfde paleis waar hij afsprak met een Nederlandse bondscoach, net op tijd om diens arrestatie te kunnen voorkomen. Of de geboorte van zijn zoon, Youri (niet: Yuri), en de liefdevolle kinderopvang die Jan en Johanna werd geboden. Prachtig is de beschrijving van de ontvangst van de notabelen van Anderlecht in zijn nederige thuis in het verre noord-Nederland, de dag dat het bedrag voor zijn aanwerving wordt meegedeeld.

Kortom, de staalharde voetbalanalyticus verschijnt hier als onderhoudend causeur, maar nog steeds scorende midvoor, een authentieke verteller die zijn taal ook prachtig doorspekt met Brussels en koetervlaams. En met de nodige, kromme voetballogica.

Aangrijpend vertelt hij van zijn noodzakelijk vertrek uit Anderlecht (zijn trots, weet u), en het afscheid van ‘zijn’ Brussel. Zou hij zich die middelvinger naar Kessler betreuren? Ik gok van niet. De overstap naar Ajax? Dat weet ik niet zeker, want uit dit boek spreekt zovele jaren later nog zoveel hunkering naar ‘zijn’ club (Anderlecht) en het Brussel van die vroege jaren 70 dat hij in Amsterdam nooit zo gelukkig kan geweest zijn. Of wel? Misschien komen we het wel te weten in een opvolger van Chez Stans.

Posted on Leave a comment

Ga naar Londen via East Croydon

En dus gingen we naar Londen. Appartement geboekt in Croydon, waarvan Google Maps uitwees dat het in Greater Londen was maar wel voldoende dicht bij het ‘echte’ centrum leek te liggen. Een hotel was uitgesloten met onze mannen en wegens niet onze stijl. En dit appartement had een parking, want we wilden met den auto via den trein. Op onze aankomstdag, boxing day, verliep alles voortreffelijk alhoewel we in de verkeerde straat Sydenham Road van het verkeerde Croydon van het nochtans juiste Londen uitkwamen.

Het appartement bleek niet echt een voltreffer. Dat was niet omdat alles, maar dan ook echt ALLES, van Ikea bleek te zijn, maar omdat het vochtig, klein, en niet enorm goed onderhouden bleek. Maar kom, zoals in de hel van Parijs al eens was gebleken, maken we van alles het beste ondanks de beperkingen van onze kinderen. En het ging erom dat we in Londen waren, en niet op hotel, maar in een appartement, wat veel meer ons ding is. En zoals steeds op een aankomstdag verkenden we ook nu de lokale, stedelijke flora en fauna. Al was het maar om de nodige etenswaren in te slaan. Dus wij op weg naar Croydon, te voet. Inkopen deden we in de Marks & Spencer van de lokale shopping mail, Whitgift. Op de terugweg wilden we in de nabije pub/taverne een maaltijdje genieten, maar eten serveren zat er blijkbaar niet in op boxing day. Dus namen we de auto en, hop, terug richting shopping mall. Een ware lijdensweg op zoek naar een geschikte (lees: fatsoenlijke, beschaafde, ietwat gecultiveerde) EETgelegenheid. Na Croydon een keer of drie te hebben doorkruist, kwamen we terug in de winkelstraat terecht achter Whitgift en werd het een… pizzahut. Behoorlijke afknapper, maar nog beter dan al die andere take-aways die we vonden. ‘s Avonds werkte de wifi nog, en zochten we naar de meer aangeraden vervoersmiddelen richting centrum. En bleek Londen groter te zijn dan we dachten. Lees: bevond Croydon zich wel in greater London, wat dus best wel… great is.

Op dinsdag, 27 december intussen, trekken we een reeds bekende richting uit, namelijk naar het station van West Croydon dat we de dag ervoor hadden gespot en waarvan we hadden gesurft dat er een Overground tram naar Wimbledon zou vertrekken. En onze naspeuringen hadden ons geleerd dat we in Wimbledon konden overschakelen op de Underground. Maar in West Croydon bleek dat we eerst naar East Croydon moesten. Niet erg op zich, maar toch, ons ADVIES: ga naar Londen via East Croydon. In Wimbledon aangekomen, bleken er echter de nodige werken plaats te vinden, waardoor we de gewone trein moesten nemen naar Londen. Tijdens een lekkere middaglunch in een leuke gezellige koffiebar besloten we daarom een echte Londense taxi te nemen. Omdat Londen eens te meer erg groot bleek te zijn (greater, greatest London, you know), was die taxi toch wel erg lang onderweg naar de Tower. Het resultaat daarvan was dat ongeveer de hele familie wagenziek werd, en vrouwlief het nodige voedsel terug naar buiten werkte, onverteerd en langs de verkeerde weg. Toen we eindelijk de Tower bereikten, om 16.15u, bleek die ook al 15 minuten dicht voor bezichtiging. Met andere woorden, aan avontuur geen gebrek. Parijse doembeelden doemden op, overambitieus gezin weigert de beperkingen van kinderen met een beperking te aanvaarden en denkt ‘normaal’ te kunnen doen. Een vriendelijke kassier in de underground van de Tower vertelde ons dat we langs Victoria naar huis moesten, en dat bleek, jawel, met de gewone trein. Gewoon doen deze keer, al dan niet wegens totaal gebrek aan alternatieven. Wat een meevaller. De trein stopte in, jawel, East Croydon. Bevestiging van ons ADVIES: ga naar Londen via East Croydon. Treintje deed er slechts zo’n slordige 15 minuten over. Hey, hey, Londen werd ineens toch wat kleiner. Eten was nog steeds niet evident in Croydon, en zeker niet als het enige fatsoenlijke restaurant geen kinderen toeliet. Begrijpe wie begrijpen kan. Dus werd het een noodle restaurant. ‘t Is ne keer iets anders, maar toch niet echt veel meer niveau dan een pizzahut, en helemaal in de take-away sfeer.

Op de woensdag hadden we alleszins al het voordeel van inzicht in de benodigde transportmiddelen. U begrijpt het al, ga naar Londen via East Croydon. Vooraleer richting Oxford Street te trekken, maakten we in Victoria toch maar een klein wandelingske richting Buckingham Palace. ((Stelt niks voor, hoor ik u zeggen? Wel, doe het vooral na met onze gezinscombinatie!)) Oxford Street leidde toch al snel naar Regent Street, want daar vonden we het speelgoedwalhalla, Hamleys, 4 verdiepingen speelgoedpandemonium. Gelukkig wensten ze voor vrouwlief onze namen om te roepen zodat we als gezin toch herenigd konden worden. Ach, we hadden daarvoor alvast wel echt goed gegeten in Cape Town Fish Market, alwaar ze gek waren van onze kleine zus, en lekkere Sushi hadden voor de oudjes en Fish ‘n’ Chips voor de kids. Na de nodige speelgoedverplichtingen volgden nog enkele kledingzaken en een koffiebar om toiletredenen maar de drukte van een paar honderdduizend andere soldenshoppers noopte ons toch tot een rustige terugkeer huiswaarts. Met de trein vanzelfsprekend.

Temidden onze dagen van chaos, drukte en soldenstress beslisten we ook om heimelijk een gezamenlijk verlangen waar te maken en dus maakten we op onze laatste lokale dag een uitstap naar Canterbury, slechts anderhalf uurtje rijden. Na een bezoekje aan de ruïne van Canterbury Castle trokken we centrumwaarts. Na een geweldige Italiaanse lunch in Strada gingen de heren naar de Canterbury tales kijken en luisteren en gingen de dames shoppen in een überhippe Cath Kidston store. Een bezoekje aan -weerom- Marks & Spencer leverde ons het nodige voedsel op en een tevreden terugblik op deze uitstap, ondansk de -letterlijk- stormachtige terugrit. En, hey, kijk, eindelijk, ook de WERKSPOKEN verlaten mijn hoofd tijdens een portie dierengeluiden met de kinderen (ps. Jente doet een geweldige varkensimitatie).

Zodat we de dag erna richting Folkestone, Eurotunnel, reden. Daar brachten we onze laatste uren op Engelse bodem al wachtend door want de treinen hadden technische oorzaken voor hun vertraging. Dat noopte ons ertoe toch weer een wegwerpmaaltijd te nemen, in de Burger King. Maar na een laatste wiebelige treinrit, waarvoor ik niet 1 keer onze paspoorten moest tonen (dat was wel even anders in de andere richting; conclusie: de Engelsen zijn ons liever kwijt dan rijk) mochten we niet alleen opnieuw rechts rijden, maar hebben we vooral nog enkele zalig rustige eindejaarsdagen in besloten gezinskring doorgebracht.

Daaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaag 2011.

Posted on Leave a comment

Duchenne: almaar sneller (in Leuven)

Niet alleen geraakten we vandaag, ondanks het stormweer, erg snel in Leuven voor de geplande, reguliere onderzoeken van onze Duchenner; we geraakten ook snel weer thuis, terwijl we toch het hele programma afwerkten.

We kwamen eigenlijk een half uur te vroeg aan bij de afdeling Botdensitometrie. Dat is waar ze, zo kondig ik het altijd aan bij onze Duchenner, een foto van zijn geraamte nemen. Op die foto kijken ze niet alleen of zijn rug nog recht genoeg staat (geen scoliose), maar vooral kunnen ze zien of zijn botdichtheid nog goed is. Want de stevigheid van de botten wordt ook bepaald door de aanhechting van de spieren. En als je spieren wat minder straf zijn… Enfin, we mochten onmiddellijk binnen, omdat -zo denk ik- zo’n botmeting niet zo erg frequent gevraagd wordt.

Daardoor waren we ook een half uur eerder op de consultatie, wat door ons DreamTeam van Leuven dan weer aangegrepen werd om ons snel naar de cardio te sturen voor zijn hartopvolging (ook dàt is een spier, jawel) want anders moest dat later op de dag nog ergens gebeuren. Daar kwamen we ook weer erg snel aan de beurt, waarbij trouwens bleek dat zijn hart nog superperfect is. Geen garantie op de toekomst, maar wel aangenaam in het nu van vandaag.

Ok, de consultatie begon met een licht overbodige sessie door een diëtiste, niet omdat hij te mager is, maar omdat de gewichtstoename aan de Calcort te wijten is en we thuis reeds spontaan, uit ons eigen, goe bezig zijn op vlak van eten voor ons mannen. Tijdens de raadpleging en wat onderzoekjes door een assistent van dokter Goemans (wat hem de vraag ontlokte dat hij door dat lichtje in zijn ogen toch niet blind ging worden) werd onze Duchenner door de kinesiste dan ook nog meegenomen voor de gebruikelijke fysieke testen, en zo liep alles in elkaar over en geweldig vlot.

Bij de afwerking door dokter Goemans haarzelve bleek zijn botdichtheid goed te zijn (overal in het verwachte gebied, alhoewel een 80-jarige hiermee als osteoporotisch zou gediagnosticeerd worden) en kwamen we samen -weer- tot de vaststelling van STABILITEIT. Goed, ik vind zelf wel dat trappen opgaan minder vlot gaat, maar het is niet zo dat het niet meer gaat. En hij heeft op zijn looptest toch een persoonlijk record gehaald van 469 meter in 6 minuten. En, een kadootje gevraagd en met de brede glimlach gekregen.

Tot ziens, lief team in Leuven!

Posted on Leave a comment

Another blog year gone by, 2011 in review

The WordPress.com stats helper monkeys prepared a 2011 annual report for my blog.

In 2011, I created 41 new posts, growing the total archive to 294 posts. 104 Pictures were uploaded; that’s about 2 pictures per week. The busiest day of the year was January 31st with 259 views. The most popular post that day was Brief aan mijn psycholoog (levensbeschouwing).

These are the top 5 posts that got the most views in 2011:

  1. Joy Division (Closer… to finality?) – September 2009
  2. The adoption of Agile: TALC vs. Hype Cycle – September 2009
  3. Een schitterend gebrek aan realiteit – January 2009
  4. Playmobil Funpark was inderdaad wel fun – June 2009
  5. Of butterflies and cages – October 2009

Most visitors came from Belgium. Netherlands & The United States were not far behind.

Dear reader, thank you for reading my words. I hope they’ve proven worthwhile. I will be here for another while; hoping for the same from you. In the meanwhile, MY BEST WISHES for 2012.