Blogbericht van een would-be schrijver die het gewoon werd niet gelezen te worden

Met Monoloog Van Iemand Die Het Gewoon Werd Tegen Zichzelf Te Praten schreef Dimitri Verhulst een roman met een ongewoon lange titel voor een al bij al korte tekst zodat we dit genoegzaam een novelle noemen. Nu, ik ken schrijfsels van vergelijkbare lengte en beperkte complexiteit die we ook ‘roman’ noemen, wat het onbelang van de definitie aangeeft. Tenzij schrijver en uitgever zich om welke reden dan ook beschermd weten door de woordkeuze voor ‘novelle’. In ieder geval, het maakt dit werk(je) daarom niet minder boeiend.

Ik meen me te herinneren dat dhr. Verhulst graag een toerke doet met de fiets, en niet gewoon om naar de bakker te rijden maar op het niveau van de echte wielerliefhebbende toerist. Het weerhoudt hem er gelukkig niet van om in deze monoloog niet de beroemde coureur centraal te stellen, maar de eigendom van de monoloog aan de Senegalese lichtekooi Seynabou te schenken. Zij is de laatste persoon op deze aardkloot die de wielrenner Jens De Gendt in leven zag (mocht hij echt bestaan hebben, dan zouden we hem misschien Frank Vandenbroucke noemen, of zo, ik zeg maar wat). Zij vindt overigens zelf ‘gazelle’ een elegantere omschrijving voor haar beroepsbezigheden, alhoewel het dat soort trots is die haar belet een officiële en legitimerende gezondheidskaart aan te schaffen.

De schrijver demonstreert dat zijn inlevingsvermogen al even flexibel is als zijn taal en moeiteloos het semi-autobiografische waar veel van zijn bekendheid mee verworven werd, overstijgt. Nu, lezers die wat vertrouwder zijn met zijn totaaloeuvre horen dit al langer te weten, natuurlijk. Met veel zin voor humor, hier en daar aangevuld met een beetje cynisme om het godenkind van de tweewieler met de voetjes op onze grond te krijgen, laat hij de gazelle de omstandigheden beschrijven waarin zij de -naar eigen zeggen- beroemde wielrenner ontmoet in een discotheek. En vervolgens vernemen we hoe zij de laatste avond en nacht van Jens beleeft, hoe zijn oprechte affectie en verontwaardiging om onrecht omslaat in nukkig schoolkindgedrag. Het is erg ontnuchterend om vanuit haar perspectief het circus rond de dood teruggevonden wielrenner beschreven te zien, diagnoses en herziene diagnoses incluis. En te vernemen wat de simpele waarheid is rond de verdwenen gsm en de vermiste geldsom van de meneer die toch wel 150.000 keer teruggevonden kan worden via Google (ik checkte net en stel vast dat het toch al teruggelopen is tot 54.600 zoekresultaten). Een geluk voor haar is dat het eten in de cel van behoorlijke kwaliteit blijkt. Wat minder leuk is dat er even, heel even maar, één nacht, hoop was op redding, op een echt zwembad. Ik vermoed dat het haar niet meer zal overkomen.

Geen Verlosser, Geen Verlossing

In De Intrede Van Christus In Brussel brengt Dimitri Verhulst het verhaal van de Verlosser die komt, Hemzelve, naar Brussel nog wel. En Verhulst meent het. Want het was op ‘t nieuws. Alhoewel dat niet wegneemt dat het weer belangrijker is (geen regen voor een keer). Of eigentijdse beschouwingen over ‘t hedendaagse van de lokale wereld waarnaar Hij afdalen zal. De ik-verteller deelt met ons zijn messcherpe analyse van den Belgiek, 2- of meertaligheid, Maria die vereerd wordt waar ze verschijnt (en dat is meer dan je denken zou); de futiliteit van een koe in Brussel tegenover de nalatige en misbruikende kerk (jawel, die van Hem). En de bredere geschiedenis, die van die godverdomse bol, doet de verteller beseffen deel te zijn van een verloren generatie. Maar kijk, geleidelijk overwinnen hij en de bevolking hun apathie en beginnen te beseffen; de intrede van Christus staat gepland voor den eenentwintigste juli. De nationale feestdag. En het gaat door.

De aankondiging van de Komst valt samen met de komst van de jaarlijkse kermis, en de stad beleeft een ingrijpende renaissance. De stad herleeft, en herkleurt in het aanschijn van de verschijning van de Almachtige. Toeschouwers maken zich klaar, een organisatiecomité organiseert, een route dient uitgestippeld, een welkomstwoord geschreven. Om taalkundige redenen (kennis van het Aramees) zal de Godenzoon begeleid moeten worden door het soort uitgestotene waar Hij een zwak voor heeft, een asielzoekster, meisje nog, kind nog.

In zijn rijke en zinnelijke taal, doordrenkt van cynisme weliswaar, dissecteert Dimitri Verhulst de wereld, de maatschappij, die Hij bezoeken zal. In één gulzige teug heb ik me gelaafd aan de woorden- en gedachtenstroom van Verhulst, dit boek in 14 goddelijke doch bangelijk groteske staties. Ik was blij dat de ‘ik’ geen uitstaans heeft met de levende Verhulst zelve, want dat is de reden waarom ik me zijn De Laatste Liefde Van Mijn Moeder niet aanschafte. Dat was trouwens de enige niet-aanschaffing in een hele reeks, een reeks waar dhr Verhulst bij aanschaf van deze intrede erg geniepig de novelle Monoloog Van Iemand Die Het Gewoon Werd Tegen Zichzelf Te Praten aan toegevoegd bleek te hebben begin 2011. Geniepig, want zonder dat ik het wist.

In De Intrede Van Christus In Brussel verzamelt de dolle mensenzee van Ensor zich tussen de terloopse bespiegelingen van de ‘ik’ over media, gerecht, vluchtigheid, stakingen, regeringsvormingen en regeringsvormen, of futiliteiten als de onverwachte kennismaking met een buurman, de onverwachte biecht van een moord ook. Het wordt een optocht van flagellerende zondaars, onbeantwoorde wanhoopsdaden van godsvrezenden. Met zijn fantasie en zijn pen is dhr. Dimitri Verhulst niet te schijterig om als schrijvende god een bevlogen maatschappijsatire te produceren en zo een volgend klein meesterwerk aan zijn reeds indrukwekkende lijst schrijfsels toe te voegen.

Zeven Zinnen Zo Gezegd

Dimitri Verhulst schreef ter illustratie en overpeinzing een verhaal bij elk van de zeven laatste zinnen die de gekruisigde aan het kruis uitsprak volgens één of andere vorm van testament.
De inspiratie werd hem aangereikt door het Ensor Strijkkwartet en hun uitvoering van Die Sieben Letzten Worte van Joseph Haydn. Het geheel werd parelachtig gebundeld in een lees- en luisterboek met de bespiegelingen van Verhulst, zowel geschreven als gesproken, en de muziekstukken door Ensor, zowel geschreven (partituren) als uitgevoerd.

L’introduzione

In 1786 -de altaren waren nog zonder dwaal- zag Cádiz de première van Joseph Haydns Die Sieben Letzten Worte Unseres Erlösers Am Kreuze.

Pater, dimitte illis, quia nesciunt, quid faciunt
Vader, vergeef hen, want zij weten niet wat zij doen

Vergeven? Zoals.. vergiftigen? Dat wel. Want die smeerlap, moordenaar en verkrachter van Rinus’ kind, wist maar al te goed wat hij deed.

Amen dico tibi: Hodie mecum eris in Paradiso
Voorwaar ik zeg u: heden nog zult gij bij me zijn in het paradijs

Omar is Hotel Problemski voorbij en staart naar de ijskoude zee van Zeebrugge. Hopende dat hij vanavond nog in het paradijs zal zijn. Zolang hij de container naar Londen maar vindt en… overleeft.

Mulier ecce filius tuus
Vrouw, ziedaar uw zoon

Thuis heeft Martha alles klaar voor de ontvangst van haar zoon. Als hij na het kamp ook de trein maar overleeft, zoals die andere wandelende skeletten. Morgen misschien, op de volgende trein.

Deus meus, Deus meus, utquid dereliquisti me?
Mijn god, mijn god, waarom hebt gij mij verlaten?

De avond van 11 februari 1983, een vrijdag, viel de hemel op de schedel van mijn vader. Ze was er vanonder, en had de zoon meegepakt. De teef.

Sitio
Ik heb dorst

Rosa, Rozeken, zijn meisje van 80 met kanker mag 24 uur niet eten of drinken na haar operatie. En als ze dorst heeft?

Consummatum est
Het is volbracht!

Een slecht leven was dat niet. Van de overblijver. De schrijver.
Maar zijn tijd is op. Het is volbracht. En hij is bang.

In manus tuas Domine, commendo spiritum meum
Vader, in uw handen beveel ik mijn geest

Zolang zij niemand het bevel geeft de stekker uit te trekken, zal hij er zijn. Straks dus niet meer. Volgens de volmacht van hun huwelijk.

Il terremoto

Kent u die mop van de homofiele olifant?

De Herleesbaarheid der Zinnen

Ik herlees niet vaak (genoeg) een boek. Stapels ongelezen spul. Gelukkig genoeg lees ik nog veel minder vaak een boek niet uit. Heiligschennis.

Ik las de Helaasheid Der Dingen van Dimitri Verhulst bij verschijning begin 2006. En heb het herlezen bij aanschaf van de verfilming op DVD.

In een reeks miniaturen portretteert Verhulst een familie. De schrijver bootst een wereld na en creëert literaire personages (complex, artistiek, ingewikkeld) waardoor de reële familie hem ontvalt. Achtergelatenen. Een duidelijk geval van overstijging en ontgroeiing. Want Verhulst denigreert, veroordeelt noch verheerlijkt in zijn licht-naturalistische schets met tinten van tederheid, begrip en liefde. Jammer van de overmatige focus op en compleet oninteressante vraag naar het zogenaamd autobiografische.

Spelen mee: Potrel (meer broer dan nonkel), ikke (ook wel: Kleine -met hoofdletter!-; soms Dimmetrieken), Meetje (grootmoeder), de Pie (mijn vader, ook wel: Pierre), nonkel Zwaren, nonkel Herman en Roy Orbison. Wij. De Verhulsten.

In: Tante Rosie komt van Brussel naar huis, naar Reetveerdegem. En doet ons schaamte kennen. Terwijl nichtje Sylvie André-met-de-schijtzak leert kennen (wat, haar vader?) en met haar eerste pintje de dwergen aftroeft. Het wonder is geschied. Mijn pruim is nat en ‘t regent niet. Tot Oncle Robert de voormalige godin aan haar haren huiswaarts sleurt.

Van Palmier, een oude heks die stonk naar vis, hadden we schrik. Maar van haar hond nog meer, zeker nadat we haar puppies in een ton verzopen. En niemand weet waar dat wraakzuchtig beest rondhangt.

Mijn vader werd knap tweede in de wedstrijd naaktfietsen van Omer van de Liars Pub. Een jaar later wint onzen Herman bij Omer het wereldrecord zuipen. En rijdt zichzelf en een stel gangsters in een ‘comateuze toestand’. Wat ene politiesnotter aan Meetje niet uitgelegd krijgt in ‘t midden van de nacht. Maar Herman krijgt toch lekker een medaille.

Continue Reading

Alle dagen dinsdagland

Verhalenbundels zijn niet helemaal aan mij besteed. Verhulst (Dimitri) wel. Dus las ik zijn verhalenbundel over belgenland, Dinsdagland.

dimitri-verhulst-dinsdaglandHet bevat bijna als vanzelfs pre-schetsen van het naturalistische landschap van De Helaasheid Der Dingen (en wat ook mag beweerd worden, het zijn buitengewoon tedere portretten). Het meeste plezier beleefde ik nochtans aan de verhalen die niet aan deze marginalistische leefwereld refereren. Gaande van glimlachen en grijnzen tot hier en daar een zachte bulderlach. Wat een onwerkelijke pen en taalgevoel heeft deze man toch. Maar ook het pointillistische detail waaraan de schrijfsels schijnbaar achteloos onderworpen worden, valt niet te onderschatten.

En geen duif, duivenmelker, stuk coureur, zondagsdanser, loze bedevaarder, kantieke schoolmeester en zo meer ontsnapt aan zijn observatieve pen. Zelfs niet de finesses van de kaatssport!

Voilà, weer wat ontstapeld (na de vertering van Het Leven Van Pi).

Een godverdoms goei boek gelezen

Ach, wat kan het ons malen, zo’n maalstroom aan cynisme, als het de laatste cynische stuiptrekkingen zijn (bazuint ‘ie overal zelf uit), als het zo machtig verwoord is, als het zo gebald een paar miljoen jaar ‘mens‘ samenvat, als het zo onontkenbaar weergeeft hoe die paar miljoen jaar in essentie onontkenbaar weinig uitmaken, als de vondst om ons altegader tot ‘t te herleiden taalkundig en inhoudelijk zo wonderbaarlijk goed pakt (op papier), als Dimitri Verhulst zo’n godsverdoms goei boek schreef, opnieuw lekker anders, origineel, maar ook opnieuw zo godverdoms sappig wegbekt.

Na het teder naturalisme van De Helaasheid Der Dingen en de romantische zwanenzang van Mevrouw Verona Daalt De Heuvel Af resten ons nu deze Godverdomse Dagen Op Een Godverdomse Bol!

(Lees De Eenzaamheid Van De Keeper als een lange, voorbereidende stijloefening en verklaar u akkoord met hemzelve dat Hotel Problemski pas echt confronterend mooi en rauw is. Allen naar Dinsdagland)