Posted on Leave a comment

De Geruchten gaan dat het een goed boek is

Ik herinner me -het was de tijd van onze boekenwinkel (1996)- de opwinding van een nieuwe Claus, De Geruchten. Later breidde hij daar nog een vervolg aan, Onvoltooid Verleden. Niet vies van een uitdaging schreef hij dit vervolg als een dagelijks feuilleton in de dagelijkse krant De Morgen. Weet niet of ik dat toen ook al ‘mijn krant’ noemde.

Heden ten dage enkel nog verkrijgbaar als combinatie onder de geünificeerde titel De Geruchten.

Totaal onverwacht en midden in de nacht staat René Catrijsse thuis. Vanuit de Kongo terug naar het Vlaamse Vlaanderen. Verborgen in de nacht, maar niets blijft ongeweten. Al zeker niet de terugkomst van deze verloren gewenste zoon. En aan een razend tempo komen ze. De Geruchten. Vanuit dagboekperspectief worden ze ons verteld. Genaamd en onbeschaamd, de eigenaars van de gedachten en hun aandeel in het verleden. Zeker is dat René en zijn ex-wapenbroeder Charlie nog een rekening open hebben staan met hun voormalige legerkapitein, de Kap.

Tot daar zijn De Plagen. Smeerlapperij alom. In de geesten, met de lichamen, in den oorlog en in de Kongo. En oude bekenden elkaar terug opzoeken. Ex-geliefden ter bescherming van hun nieuwe geliefden. Schoolmeesters en andere vermeende notabelen, de zussen Rombouts, keuterboeren, E.H. allerhande, Hèm. Vanop de eerste rij te beleven door de ogen van Wij van café De Doofpot.

Claus beschrijft in deze met de Libris Literatuur Prijs beloonde (1997) roman op een beklijvende wijze het beklemmende web van een samenleving. In een tijdperk (vroege jaren ’60) en tijdloos. Ontrolt de psychologie van een dorp. In een schitterende volkstaal. Met schwung en zwierigheid. Toont hoe zijn bewoners er wel, of net niet, in slagen te ontsnappen. Tot en met een wanhopige terugkeer. Die gedoemd was om te mislukken. Allicht. Hugo Claus kent het, maar is het niet. Verdiend applaus voor de meester.

Posted on Leave a comment

Not tired of animals

It is hard to escape the familiarity of Gary Lightbody‘s voice, but Tired Pony feels like more than his side project. The band members and the presence of companion-producer Jacknife Lee are just too impressive.
But calling their album The Place We Ran From a country album is not too satisfactory as well. Although it seems that Gary intended his songs, written while touring with Snow Patrol, to be so. Maybe little country songs, like comparing a pony to a horse.

However, the acoustic guitars, the slide guitars, a bit of violin and banjo are sufficient to distinguish most of the work from what we’ve generally known from mr. Lightbody in Snow Patrol-disguise. The small step from a reindeer (section) to a (tired) pony. And it does express a certain fascination with a romantic country side of the USA.
But at the same time there is undeniably a great similarity with Snow Patrol’s work in the overall production, and certainly the instrumentation and lyrics of part of the album. And Get On The Road very actively reminds me of Set The Fire To The Third Bar (a great compliment). Tom Smith’s voice then is so overwhelming and present that The Good Book could have been a native Editors song, certainly given Editors’ recent sound expansions (like the acoustic Raw Meat).

Posted on Leave a comment

UNited, UNified, UNique he stands

Richard Ashcroft has mutated into his third musical incarnation by moving to the American land of far, far away, and assembling a complete new band. All together the party shall be known as RPA & The United Nations Of Sound. Great embroidery to show their vision too.

And the band lives up to the promise of its name in creating a sound that UNites the best of Richard’s musical inheritance in a UNified sound that is distinctly recognizable as well as new and UNique. Richard added a magnificent portion of Soul to his familiar, natural flow of sounds. A bit of funk too. The lyrics are in sync with his aim to UNite the UNiverse, and prove the equality of men and sounds. It’s the central theme beyond the personal.

Enjoy the anthem to announce the new era, a scream to humanity:

Posted on Leave a comment

Een ezel en een aap op een 20e-eeuwse overhemd

Yann Martel begint ook de opvolger van het machtige Leven Van Pi met een schrijver in twijfel. Een schrijver die de opvolger van zijn vorig boek, een eclatant succes, afgewezen ziet door een comité beterweteraars van uitgeverszijde. Weg ambitie van een roman+essay dubbelboek (dubbel begin, geen einde). Het begin van een vlucht naar een vreemde stad naar het einde in een dierenfabel, en een geschokte lezer in verwarring.

Centraal staat een twintigste-eeuwse beul die hoopt op een verlossing van middel-eeuwse allure door de verdierlijking van de afgeslachte en gemartelde medemens naar het voorbeeld van Julianus de Gastvrije. Met de gevluchte successchrijver in de rol van hedendaagse Flaubert wil de beul zich vrijspreken mits een beklemmend toneelstuk. Maar zijn ziel raakt niet getaxidermeerd omdat de zoekgeraakte schrijver net op tijd het mes ziet. Net voor de poorten van het Goddelijke Koninkrijk, zeg maar. Maar lang na De Verschrikkingen.

Oh ja, de titel is Beatrice en Vergilius. Een ezel en een aap op een gestreept hemd als bühne. Een meerlagig werk dat van De Goddelijke Komedie over de grenzen van autobiografie en fictie naar de holocaust grijpt. Door de ogen van een schrijver die het, na een ongelooflijk succesboek, even niet meer weet. Maar een bizar stukje fictie schrijft. Spelletjes Voor Gustav is geen essay, geen verhaal, geen gedicht en zeker geen dubbelboek. Een pil die je slikt om je geheugen niet te wissen (Spel Twaalf).

Spel Negen: Na afloop, als het allemaal voorbij is, kom je God tegen.
Wat zeg je tegen God?

Posted on Leave a comment

De schoonheid van het onbekende verhaal

Met Het Verhaal Van Het Onbekende Eiland werd in 2000 een charmante mini-novelle van de intussen betreurde José Saramago vertaald. Beperkt verkrijgbaar want enkel voor de Nederlandse boekhandels met een *) heb ik het toch maar lekker.

Het is het verhaal van een would-be ontdekkingsreiziger die aan een echte koning een boot vraagt. En krijgt. Om vervolgens het onbekende eiland te gaan zoeken dat nog onbekend is net omdat het niet bekend is. En als gezelschap krijgt de poetsvrouw van de koning.

Het is aangenaam, dromerig, drijft de spot met genoemde monarch, is licht verterend filosofisch en bestaat uit die typische Saramago-zinsbouw (met dank aan getrouwe vertaler Harrie Lemmens). Van mensen en schepen en mensen op schepen die op zoek zijn. En zichzelf nog bijlange niet gevonden hebben.

Tip: nog te krijgen, maar enkel als digitaal boek.

Posted on Leave a comment

Wedergeboorte van een krant

Schrap Me is de eerste bundel stiftgedichten van krantenman Dimitri Antonissen. Poëzie (niet: gedachte, feest, dada, etc.) die ontstaat door de niet-betekenisvolle woorden op volwaardig gepubliceerde krantenpagina’s genadeloos te… schrappen, weg te stiften.

Het resultaat oogt expressonistisch. Ritmische typografie. Beetje dada. Toch. Maar met meer betekenis dan dada verdragen kan. En de gedichten zouden ook overeind staan als ze uit geschrijf waren geboren, niet enkel restant waren van geschrap.

Natuurlijk mis je soms dat ene woord. Voor een betere verbinding, een net iets betere opbouw. Maar als de krant dat ene woord nu net niet voorziet? Kniesoor die daar over valt. Voor het overige is het resultaat van de zwarte stift grappig, ontroerend, verrassend oprecht.

Maar occasioneel verliest de schrapper me. Is het witte overblijfsel me net te licht. Wil ik meer ‘body’. Waarom niet meerdere krantenpagina’s 1 gedicht laten vormen? Een hele krant? Ambitie! Niet een gedicht uitgehouwen uit een muur van letters, maar uit een huis.

Kniesoor die daar over valt. Schrap me is zeker de retteketet waard.

Posted on 1 Comment

Nietzsch Nieuwzsch onder de Zschnor

Vol enthousiasme kocht ik de strip Nietzsche – Vrijheid Scheppen, de door Maximilien Le Roy verstripte biografie van Michel Onfray. Het enthousiasme bleek overdreven. Te wijten aan enige voorkennis?

Het boek behandelt op zich netjes leven, invloeden en werk van deze immorele goddoder. De muziek, zijn vader-predikant, zijn complexe verhouding met het fenomeen ‘vrouw’. Nog steeds wat minder bekend, en alleen al daarom terecht, wordt zijn syfillis-aandoening in beeld gebracht.

De tekstballonnen bevatten echter nogal wat expliciete verwoordingen door Nietzsche, die enkel tot doel lijken te hebben om enkele waanideeën te ontkrachten. Terwijl het toch al wel aanvaarde, algemene kennis is dat Nietzche geen anti-semiet was (integendeel zelfs). Goed, het leidt dan weer terecht naar de geschiedvervalsing door zuslief.

Het geval Wagner en zijn vreemde relatie met Lou Salomé komen aan  bod. De meeste van zijn boektitels worden verwerkt, maar je moet ze al kennen om ze te herkennen. Minder terecht vind ik de klakkeloze weergave van de fabel van het mishandelde paard, het begin van zijn einde. Hier moet je de relatie met syfillis dan maar vermoeden, zeker?

Kortom, het is een verdienstelijke poging, maar ik vrees dat zowel de persoon, zijn opvattingen, zijn werken en zijn leven net wat te complex zijn om te verstrippen. Naar mijn mening zitten er enkele clichés te veel in. En de gestripte stijl is niet de mijne. Minder dan sober.

Posted on Leave a comment

The Sound of Blood Dripping

Editors keep expanding the musical imperium that rose after the release of In This Light And On This Evening. That CD was announced by the fireworked Papillon and accompanied by the impressive bonus Cuttings II. Next in line was Do You Know Love? And the most recent conquering attempt on our ears and senses is, besides the just released No Sound But The Wind piano cry (live recorded at Rock Werchter 2010), the Eat Raw Meat = Blood Drool EP. Another collection of not only remixes but also new work that, in line with the Cuttings II material, moves the band further on the transcended path of mixing rock with emotional electronics.

And an amazing fifties comic video in appropriate colours to promote it:

Posted on Leave a comment

A vivid flow of natural love

Vivid colors. Lively landscapes. Nearby paintings by the artist called Jonsi. Compared to Sigur Ros I would say that merely the voice remains. Although at times his solo album GO does include some recognizable but uptempo transformations of a comparable kind of sounds and strings.

This is a burning flame of the love to live. An icelandic volcano of percussion, unconventional rhythms and background sounds illustrating the fascinated world perception of a Lilikoi Boy. Use ur eyes.

Visit iTunes for finegrained acoustic versions of a couple of songs.


Compare it to the frozen and locked-in desire The XX, that I also recently fell in love with.

Posted on Leave a comment

Just kisses, no love

Frozen desire. Absence. Distance. At the heart of the frozen crystal of robotic beats, icy guitar notes and threatening bass lines (remotely resembling Massive Attack) of the XX, there is a little spark dying to burst into a passionate fire. However, the spark remains in a lock-in situation of desiring… to desire.

Some call it the puberty perspective on the alien forms of love that grown-ups seem to live in the eyes of… puberty. I just love this new black, this new minimalist and clean wave of cold observations. These cold statements of wanting to be hot. And it’s been a while since I was officially a puber. Auto-suggestion.


Compare it to the wild and expressive liveliness of Jònsi, that I also recently fell in love with.