Twintig onvoltooide jaren later

Ik herinner me -het was de tijd van onze boekenwinkel (1996)- de opwinding van een nieuwe Claus, De Geruchten. Met Onvoltooid Verleden breidde hij daar een vervolg aan. Niet vies van een uitdaging schreef hij dit vervolg als een dagelijks feuilleton in de dagelijkse krant De Morgen. Weet niet of ik dat toen ook al ‘mijn krant’ noemde.

Heden ten dage enkel nog onder de geünificeerde titel De Geruchten.

In Onvoltooid Verleden geeft Hugo Claus het woord aan Noël Catrijsse, broer van de niet betreurde René Catrijsse (uiteindelijk dus minder herboren dan beoogd), 20 jaar later. Simpele Noël, zotte Pollo, die wat te veel van zijn verstand verloor bij een val met de tandem van Alma-de-moeder, Alma-de-zwarte. Triestige Noël die het uiteindelijk moest stellen met Alice Rombouts, zus van, omdat Julia er van onderdoor was met René. Een lang gesprek is het, met een gepensioneerde ex-commissaris, minder geheimzinnig dan aangegeven staat op de achterflap.

Het wordt wat minder gezellig als het gesprek niet echt vrijblijvend blijkt, net als de locatie. Noël vertelt van leven (zonder Alice intussen) en werk (bij kantoorboekhandel Felix). Hoe het zijn voormalige collega Patrick Dekerpel vergaat, verdacht van verkeerde contacten met te jonge meisjes (type Flora Demoor). De erfenis van de Alegemse hoerenmadam Camilla (van de bar Tricky) en de verschijning van Judith, dochter van Camilla’s belangrijkste troefkaart Nedjma, worden vernuftige draden die leiden naar zijn vermiste broer en het web van De Geruchten. Tot de draden zo intens opspannen, het verhaal ontploft, en beide boekdelen innig samenklonteren. En het niet ophoudt met 1 moord. Of 1 vader.

Natuurlijk heeft Claus dit vervolg, een prachtige krimi, op ingenieuze wijze verweven in het eerste boekdeel. Zo ingenieus dat het tweede op zich kan gelezen worden. Want de minder evidente puzzelstukjes, komen op hun plaats door de diepere lagen van je verbeelding.

Claus kreeg terecht de Libris Literatuur Prijs (1997) voor deze beklijvende roman. Het schetst mits een kleine sprong op een beklijvende wijze de patronen van 2 samenlevingen. Tijdloos tegelijk. De psychologie van een dorp, van mensen, van een samen-leving. De geest van een ontaardde. Hugo Claus kent het, maar is het niet. Verdiend applaus voor de meester.

De Geruchten gaan dat het een goed boek is

Ik herinner me -het was de tijd van onze boekenwinkel (1996)- de opwinding van een nieuwe Claus, De Geruchten. Later breidde hij daar nog een vervolg aan, Onvoltooid Verleden. Niet vies van een uitdaging schreef hij dit vervolg als een dagelijks feuilleton in de dagelijkse krant De Morgen. Weet niet of ik dat toen ook al ‘mijn krant’ noemde.

Heden ten dage enkel nog verkrijgbaar als combinatie onder de geünificeerde titel De Geruchten.

Totaal onverwacht en midden in de nacht staat René Catrijsse thuis. Vanuit de Kongo terug naar het Vlaamse Vlaanderen. Verborgen in de nacht, maar niets blijft ongeweten. Al zeker niet de terugkomst van deze verloren gewenste zoon. En aan een razend tempo komen ze. De Geruchten. Vanuit dagboekperspectief worden ze ons verteld. Genaamd en onbeschaamd, de eigenaars van de gedachten en hun aandeel in het verleden. Zeker is dat René en zijn ex-wapenbroeder Charlie nog een rekening open hebben staan met hun voormalige legerkapitein, de Kap.

Tot daar zijn De Plagen. Smeerlapperij alom. In de geesten, met de lichamen, in den oorlog en in de Kongo. En oude bekenden elkaar terug opzoeken. Ex-geliefden ter bescherming van hun nieuwe geliefden. Schoolmeesters en andere vermeende notabelen, de zussen Rombouts, keuterboeren, E.H. allerhande, Hèm. Vanop de eerste rij te beleven door de ogen van Wij van café De Doofpot.

Claus beschrijft in deze met de Libris Literatuur Prijs beloonde (1997) roman op een beklijvende wijze het beklemmende web van een samenleving. In een tijdperk (vroege jaren ’60) en tijdloos. Ontrolt de psychologie van een dorp. In een schitterende volkstaal. Met schwung en zwierigheid. Toont hoe zijn bewoners er wel, of net niet, in slagen te ontsnappen. Tot en met een wanhopige terugkeer. Die gedoemd was om te mislukken. Allicht. Hugo Claus kent het, maar is het niet. Verdiend applaus voor de meester.

de versie ullizee van De Versie Claus

22 april 2008. 20.00u. Bourla. Na het afscheid het herleven, dààr.

1u40. Zonder Pauze. Woordkunst. Levenskunst. Milde ironie. Tegenspraak op tegenspraak. Lieve leugen (menselijk). Wrede waarheid (dierlijk). Causale causerieën. Geboren poseur.

Prachtig hoe Josse De Pauw soms echt Claus is. Het ‘gebeurt’, zomaar, alsof het niet de bedoeling, geen rol is. De kracht van een groot acteur. Allicht. Zoals Claus speelde. Wellicht. Perceptie. Provocatie.

Minpuntje? Eentje maar: het is wel héél gezapig. Te wiegend. Soms.

H. Claus nam afscheid

Als 200 schilders, dichters, romanciers en zo nog wat métiers in 1 persoon beslissen afscheid te nemen, dan past een beetje nederigheid. En een weekje om het te verwerken.

Ietwat amechtige rijmseltjes, puberale woordenknutsels, overevidente verwijzingen naar iets met ‘verdriet’ kunnen geen uitdrukking geven aan de slag die ik kreeg. Zelfs ik, want een echte fan wil ik me niet noemen. Daarvoor heb ik te eenzijdig en te beperkt verteerd. Oneindig bewonderaar wel van De Oostakkerse Gedichten (wat mooi ook in die facsimile) en nog wat poëzie (In Geval Van Nood, De Groeten, Zeezucht).

Het Verdriet Van België tenminste echt gelezen. Nog altijd van plan het dubbelluik Onvoltooid Verleden / De Geruchten te lezen. Maar ‘k ga ‘t pas kopen als de huidige ‘hype’ voorbij is… dat past wel.