Posted on Leave a comment

Rex Mortuus Est

Though we still smell his perfume, the king is dead. The King of Trash.

One happy morning I found His Majesty’s testament in my mail. After feeding it many times to my ears I finally got a grip on the journey that Mr. Gavin Friday has taken us throughout his bewildered solo career. In the morning he softly sang of his dreams on Each Man Kills The Thing He Loves, he took us to the dance floor on Adam ‘n’ Eve and he made us think over the day at the bar with Shag Tobacco. And now he’s taken his body to rest in restless nights full of weary thoughts.

He rolls over and over, can’t sleep, mumbling mantra after mantra on catholic (small ‘c’, anti-institutional restoration on semantic grounds). Thoughts of silence, sorrow, guilt, pleasure and blame. A sort of sadness, a blazing hope. He knows he’s going to survive tonight, like he survived the day. And his heart grows more vivid than ever. He celebrates, says goodbye, cherishes the ones he loved and… had to let go of.

Here are the musings of a man skinned by life, still longing to be able to live, love, laugh. With the brittle hope that he can land on the moon. A hidden roadmap showing the determination of life, of living, and moving on. It’s delicate though. As are the musical arrangements. Once voluptuous paintings have been replaced by miniature, pointillist songs. Celtic moods hidden in Dublin mysts, in pubs of swinging sadness, smokey voices of long lost singers.

Mr. Friday has grown flowers on his trash, and he has stopped eating them. The King transformed into an angelic breeze. Herr Doktor Introspektor ruthlessly decomposes and dissects the apple so bitter Eve wouldn’t bite it. While virile Adam-boy has gone grieving but returns to find hope in an eternal mantra that the best is yet, yet to come. There is no real epilogue, no real ending, only growth.

Beyond the dark feelings, I personally dare to hope to see a vibrant performer returning to the stage. A bit of anarchy cabaret reflecting Brel, Weill and Dietrich. The Return of the King! Hail. The man Friday overcomes.

Posted on Leave a comment

Door het arendsoog van De Witte Tijger

7 Opeenvolgende nachtelijke brieven schrijft Balram Halwai (‘Munna’, jongen), van de kaste der suikerbakkers, aan de president van China. Daarin legt hij op humoristische, maar tegelijk diepgravende en ontnuchterende wijze de multi-morele samenleving in India bloot. Kwestie dat de president het echte India kent, het India dat hij allicht niet te zien zal krijgen bij zijn nakende officiële bezoek. Centraal in zijn brieven staat tegelijk de bekentenis van zijn leven als moordenaar. Schrijver Aravind Adiga kreeg voor zijn debuut De Witte Tijger in 2008, toch wel een huzarenstuk, ineens de Man Booker Prize.

Balram leeft in het diepe Donker, waar hij het van beloftevolle schoolloper tot steenkoolhakker tot theehuiszwalper bracht. Hij ontsnapt aan zijn leven door een opleiding in de rijkunde. Want als chauffeur werkt hij zich binnen bij de betere kaste van zijn landheren. En hij leert. Hij leert om de geijkte brutaliteiten onder de bediendes toe te passen. Het levert hem de positie op van #1 chauffeur. Op naar het kleurrijke New Delhi.

Meer dan hij al was, is hij daar aan de voorkant bevoorrecht getuige van de corruptie, de decadentie en het misprijzen terwijl hij zelf van nature bij de achterkant hoort, achter de shopping malls, waar de chauffeurs rondhangen, waar de smerige markten zijn, en goudharige vrouwen veel geld kosten. Waar rode paan gekauwd en gespuwd wordt, en aan kruizen gekrabd. Balram zweeft voortdurend tussen beide werelden, bekent zich tot geen van beide. Onder zijn klamboe, veilig voor de kakkerlakken maar niet altijd voor de hagedissen. Uit de wanhoop van Pinky Madam, bijna de ex van zijn baas, leert hij weer. Tanden poetsen, zijn kruiskrabbende hand straffen. Hij verschaft zichzelf zelfs, mits een blank wit t-shirt met een minuscuul engels woordje, toegang tot een mall.

Munna legt met een zeker sarcasme bloot hoe er geen eenduidige moraal bestaat in zijn land. Of toch? Want wat is het verschil als een kind doodgereden wordt met een Honda City of met een Toyota Qualis? Dat de heersende, dubbelzinnige moraal leidt tot een dubbelzinnige verantwoordelijkheid? Beter dan geen verantwoordelijkheid, of een chauffeur veroordelen tot de cel alleszins. En misschien leidde Balram’s dissonante gedrag, zijn ontsnapping uit de hanenren van het Donker, dan wel tot het einde van zijn familie (17 personen?), maar neef Dahram krijgt er alvast een opvoeding in het Licht voor in de plaats.

Als je dit boek gelezen hebt, weet je wel beter dan te beginnen (ver)oordelen. En een dier dat maar eens per generatie een nieuw exemplaar voortbrengt is voorbestemd. Al is het maar om corruptie aan te wenden voor welzijn. Omdat hij het recht heeft te ontsnappen aan de eeuwige onderdrukkende dienstbaarheid, de basis van de Indische wereldeconomie. Een nieuwe naam aannemen. Als leider van een school van witte tijgers die wordt losgelaten op Bangalore.

Posted on 2 Comments

He wants to be able

To promote his upcoming ‘catholic‘ album (2011) Gavin Friday just released the first album track for free. The track is called ‘Able‘.

The art work for the song relates to the announced album cover. It is well crafted, a bit macaber and dark (expected anything else?), and it refers to mr. Friday’s catholic belief (no capitals!), being Irish, death in a uniform (WW I period-style). And probably much more…

Musically, Able seems at first to continue where Shag Tobacco (1995) stopped. A strong and pulsing beat breaks through an atmosphere of electronic mist, with a soft whispering, late nite voice that is full of latent desire. But on the way low guitars build up and somewhere mid-song they are completely set free and mister Gav launches into some parlando rap-like singing bringing back memories of Adam ‘N’ Eve (1992) work like I Want To Live or The King Of Trash. Bursting into highlights of a vivid horizon of notes, tones and tunes, with lots of strings attached.

Looks like Gav will show his ableness of renewed musical adventures.

Posted on Leave a comment

Open is soms ook gesloten

Paolo Giordano, kundig opgeleid in wiskunde en natuurkunde en lijdend aan een zekere hang naar structuur en voorspelbaarheid, wierp zich in de chaotische onzekerheid van de schrijverij. De titel en het thema van zijn debuut (2008), De Eenzaamheid Van De Priemgetallen, prikkelde mij, lijdend aan een overdreven hang naar structuur en voorspelbaarheid, sinds de verschijning. Toch kwam het pas nu op mijn verlanglijst. Na de reviews en interviews naar aanleiding van de recente (2011) verfilming.

Geheel wonderbaarlijk kwam het tot mij als mijn Valentijnsgeschenk.

Vaststelling! Zelden las ik sneller een boek. Alhoewel het verhaal niet licht is. Verklaring? Het moet licht geschreven zijn.

De Eenzaamheid Van De Priemgetallen brengt ons het voorlopige levensverhaal van 2 freaks, Alice en Mattia, verschoppelingen die vanaf hun jonge jaren hun leven in een vorm van zelfgekozen isolatie leven. En daarmee koppig doorgaan, ook nadat ze elkaar ontmoeten. Het lot van erger dan 2 priemgetallen, enkel deelbaar door 1 en zichzelf, namelijk tweelingpriemgetallen, voor eeuwig en noodzakelijk gescheiden door een tussenliggend en onoverbrugbaar even getal.

De schaduw over hen en hun omgeving kwam op jonge leeftijd. En bleef. Alice leeft in anorectische onmin met zichzelf, haar vader en de wereld nadat het misliep met dat verfoeide skieën waar haar vader haar steeds weer toe verplichtte. Mattia verkeert in een vergelijkbare, alhoewel meer zwijgende, zijnsstaat door zijn dubieuze aandeel in en zijn duale gevoel over het ontbreken van zijn zwakbegaafde tweelingzusje Michela.

De auteur schetst aan de hand van een aantal sleutelscènes het leven van Alice en Mattia, eerst apart, vervolgens samen-en-toch-apart na hun ontmoeting op puberleeftijd. Hun gesloten werelden en gesloten contacten, de onaffe relaties met de wereld, met elkaar en met zichzelf worden in een aantal sprongen in beeld gebracht. Voor steeds gesloten eindigen ze, want open is soms ook gesloten. Zeker als het over een einde gaat. De verraderlijke lichtheid van hun bestaan.

Posted on 2 Comments

Afscheid van Wonderland

DBC Pierre verscheen als een komeet in literatuurland toen hij in 2003 de Booker Prize kreeg voor zijn debuut en vervolgens alom bejubelde Vernon God Little. Heb het zelf nog niet gelezen. Maar wat reviews en interviews deden me wel naar werk #3 grijpen (tussen beide in zit nog Ludmilla’s Gebroken Engels). In dat Licht Uit In Wonderland sleurt hij de achteloze lezer mee op een hallucinogene wereldstedenreis door de ogen, het hoofd en de wereld van hoofdfiguur en neo-antikapitalist Gabriel Brockwell.

De mentaal ontspoorde reis neemt een vliegende vlucht na de vlucht van de stadsrat uit een landelijk gelegen ontwenningskliniek. Terug naar de rioolwereld van Londen gaat het, aan een exponentiële rotvaart over regenachtige wegeltjes en met de onbetrouwbare Engelse spoorwegen. Omdat de linkerman in wereldstad #1 onkiese streken uithaalde met zijn anarchistische actiegroepgenoten neemt hij de benen en het vliegtuig naar Tokio. Op zoek naar de langvervlogen vriend met wie hij een jeugd, de kokschool, maar vooral veel alcohol en cocaïne heeft gedeeld.

Daar, in wereldstad #2, blijkt alles een kwestie van vis, topwijn, slechte vis en sex in een aquarium. Maar na een dodelijke kogelvis moet de ultieme redding gezocht worden in Berlijn. Waar Gabriel een openstaande rekening heeft met vader en met jeugdige onschuld. Bij gebrek aan geld maar een overvloed aan een vader die zelfs in zijn verleden niet was wat hij pretendeerde te zijn (te hebben) moet de oplossing gelegen zijn in een gigantisch banket in wereldstad #3. Megalomaan decadent. In overeenstemming met de verleden grootsheid van Tempelhof. Dermate groots dat het nooit haalbaar kan zijn. Zeker niet gezien de actuele toestand van de vroegere zakengenoot van vaderlief. Maar ligt ergens in de wondere wereld van Wonderland toch een sleutel?

En wordt die dan tijdig gevonden? Want het licht moet echt wel uit, in Wonderland. Van de koude voeten tot het hoofd in het water. Doorgaan naar een andere wereld dan maar?

De akelig accurate beschrijvingen van de roezen (is toch mijn veronderstelling) laten bij het totaalverhaal een (compleet niet-storende) indruk na van giga metafoor voor wat de auteur zelf overkwam, toen hij zijn liederlijk leven van vaderloos drank- en druggebruik achterliet en een helle toekomsttunnel instapte. Woesj. Limbo. Nimbus. Über-limbo. In het meervoud.

Raar wel, die vaartverminderende voetnoten. Verder geen vragen of opmerkingen.

Posted on Leave a comment

Hoe tot een Bankroet te komen

In de nadagen van zijn Berlijnse periode begon Paul Van Ostaijen te werken aan een filmscript. Hij werkte De Bankroet Jazz (waarschijnlijk) voorjaar 1921 af toen hij, na zijn terugkeer naar Antwerpen, ondergedoken zat bij zijn vriend, de beeldhouwer Oskar Jespers.
In 2009 worden de beide gekende versies van het script in een prachtige facsimile uitgegeven door Uitgeverij Ijzer. Het boek krijgt daarenboven een DVD mee met niet enkel de verfilming door Frank Herrebout en Roxy Movies, maar ook een documentaire en bonusmateriaal.

In de documentaire schetsen in hoofdzaak Geert Buelens en Marc Reynebeau, maar met een hoogst interessante, historische nevenrol voor rijksarchivaris Luc Vandeweyer, beeldrijk de levensloop van Paul Van Ostaijen en hoe het nagelaten dadaïstische filmscript daar in past.

Het gaat vrij snel naar zijn nederlandstalige schoolloperij, wat al vrij uitzonderlijk is en leidt tot een rebels flamingantisme. Het eindigt bij de verrassende onthulling dat onze aktivistische jongeling voorbestemd was de rang van kapitein-adjudant op te nemen bij de op te richten Vlaamse Militie/Rijkswacht, getekend Borms. Zou het uniform gepast hebben? In tussentijd had de dichtende klerk een celstraf opgelopen door een ‘grap’ van zijn Vlaamsche Vriendjes, eenzaam geroep tegen de gehate superieur kardinaal Mercier. En zijn eersteling, Music-Hall, was opgevallen door de vernieuwende stedelijke thematiek.

Met het einde van de eerste wereldoorlog in zicht vertrekken Paul en geliefde Emma Clément naar Berlijn. Daar beleven ze live, in real-time, het einde van het keizerrijk. Zien ze hoe onder hun raam Noske, de steeds rechtsere sociaal-democraat, de volksopstand bloedig in de kiem laat smoren. Op de stoep van het rovershol waar Paul met zijn Emmeke, ondertussen ook al de schoonste van Berlijn, verblijft. Waar schijnbaar een louche piloot, Goehringer genaamd, in duistere zaakjes handelt.

Berooid en beroofd van liefde, idealen en romantiek keert Van Ostaijen terug naar huis. Daar werkt hij verder aan het filmscript dat wel een afrekening lijkt met zijn leven so far. Een signaal dat het humanistisch expressionisme van zijn tweede bundel Het Sienjaal passé is. Eat your heart out, Wies Moens. Het script lijkt ook sterk op de nieuwe prozaliefde die Van Ostaijen in Berlijn omarmde, de groteske.

Maar Van Ostaijen verwerkt er dadaïstisch-pamflettair ook reclameteksten en -beelden in, productnamen, affiches. Het straatbeeld van Berlijn. In een ontpersoonlijkte vorm geeft het de opstand van de dans weer. Iedereen doet mee! Alle landen. Tot ook de jazz en de dada zich bekeren tot het burgerlijk cynisme van het geld, het kapitalisme. Waardeloze staatsbonnen en verdwijnende regeringen zijn het gevolg, waardoor clowneske Chaplin de zaken -tevergeefs- overneemt.

In zijn tijd aantoonbaar onverfilmbaar werd het script tot leven gebracht in een collagefilm. Zeer arbeidsintensieve research doorheen het filmmuseumarchief resulteerde in de assemblage van vaak gefragmenteerde fragmenten van paapse censuur. Leuk weetje dat de dood van Wagner de geboorte van de Jazz inluidt. Dada matinées. Maar laat wat mij betreft vooral duidelijk zijn dat Van Ostaijen stromingen op zich oversteeg, surrealisme, dadaïsme, futurisme, expressionisme. En hij leek over een zeker voorspellingsvermogen te beschikken (zie inflatie). De exploratie van jazz en de roots ervan is net iets te uitgebreid om te blijven boeien. En dat om toch maar te kunnen aantonen waarom onze geliefkoosde dandy er zo gek van was. Zeitgeist? Iemand?

Mijn dank aan alle makers voor boek, beeld en toelichting. Bijzonder verrijkend.

Posted on Leave a comment

Running

I use iTunes playlists for new perspectives on my music collection, but also in support of my running efforts (‘results’ at RunKeeper).

What struck me during my most recent run -8,87 km and 58min30- is how the base BPM of Too Many Puppies*, from my Desperately Dispersed collection of nostalgia, feeds my natural running rhythm. Other highlights are the The Lemonheads‘ version of Mrs. Robinson that starts some euphoria, although it is Calienté, the Revolting Cocks‘ version of the Bauhaus classic Dark Entries (those cajun accelerations…), that completely bans all pain and feet suffering:

  • Alors On Danse -Stromae, 3:28
  • Zanna -Luc van Acker (with Anna Domino), 3:09
  • Renegade Soundwave -Renegade Soundwave, 3:53
  • Love Missile F1-11 -Sigue Sigue Sputnik, 3:47
  • Too Many Puppies -Primus, 3:57
  • La Gueule Du Loup -Daan, 2:57
  • Alors On Danse (Extended Mix) -Stromae, 4:18
  • Living Is So Easy -British Sea Power, 3:13
  • Time Bomb -Rancid, 2:24
  • Ruby Soho -Rancid, 2:38
  • Mrs. Robinson -The Lemonheads, 3:46
  • Duel -Propaganda, 4:48
  • Calienté (Dark Entries) -Revolting Cocks, 4:27
  • Rattlesnakes -Lloyd Cole and the Commotions, 3:26
  • Shout -Tears for Fears, 6:32
  • Zeus -British Sea Power, 4:29

* Still feel that Primus was the most convincing with the ‘Sailing The Seas Of Cheese’ full album.

Posted on 1 Comment

Top 2010 Music

Top 1

My absolute number 1 album of 2010 was made by absolute oldies revisiting 30 years of absolute musical top history and upgrading that into an absolutely refreshing top piece of modern rock: Killing Joke with Absolute Dissent. The absolute fierceness of Pandemonium and subsequent recordings combined with highly Night-time‘ish danceable bass lines and melodies that take them out of the pure fuzz and chaos from the basements of hell back into the early land of dub and dark disco. Celebrating the return of an absolute icon drummer. An emotional goodbye to The Raven King (who unknowingly re-united the original band). In Excelsis indeed…

Top 6

Completing my top 2010 albums are:

2) Grinderman – Grinderman 2: an unexpectedly varied album from a well-oiled band of howling friends, sharing wolfman fantasies and slapping melodic tales across weeping violins

3) JonsiGo: a vivid flow of natural love, an uptempo scream full of desire to live and to enjoy… joy

4) RPA & The United Nations of Sound: the newest incarnation of Richard Ashcroft wanders off into soul, funk and unexpected guitar solo’s

5) Tired PonyThe place we ran from: an incarnation of Gary Lightbody wanders with a bunch of talented friends off into deserted American sceneries with some folky country music. A place to run to…

6) David BowieThe Reality Tour: one artist wandered in 2003 off into all of his incarnations with a splendid collection of superbly performed hit songs

Somewhat different

I love Editors for releasing some magnificent EP’s to follow up their In This Light And On This Evening, adding special editions and new experiments on You don’t know love and Eat raw meat = blood drool.

Trent Reznor did not only create the terrific soundtrack for The Social Network with Atticus Ross but pointed me also on the adorable electronic music of Sonoio.

Belgian maturity

Belgian heroes of international quality Gabriel Rios and An Pierlé (& White Velvet) really surprised with their mature, well balanced and rich albums The Dangerous Return and Hinterland, full of rich compositions.

Terwijl Bart Peeters mij terug voor zich won met de prachtige wereldmix op De Ideale Man, na zijn (te) donkere vorige album.

En de Fixkes zijn niet enkel een superaanwinst voor de Nederlandstalige rock, maar na het zalige Kvraagetaan, het geniale duet met Axelle Red Over ‘t Water en de gierende interpretatie van Kodazuur hebben ze op het nieuwe album Superheld met Rock-n-Roll weer een prachtige vorm van melancholie gelanceerd.

Posted on Leave a comment

Best Wishes 2010

Some friend

This past year 2010 our paths may have crossed. It might be that we met, spoke, mailed, discussed, wrote, twittered. It might be that you just read some of my blog notes.

Let me thank you for it. Because, no matter what size, it was a stone that changed the direction of the river that is my life.

I hope you will have a wonderful and fun 2011… Stay connected. You are the world, you are my family.

ps. The favorite 2010 christmas present I got… ^

Posted on Leave a comment

With Anna Sobol-Wejman on a river of dreams

Summer 2004. My wife and I quickly (and shortly) escape some incredibly hectic days (years, weeks) of work/projects. The night train takes us to Avignon, where we end up in the last days of the yearly festival of art and theatre. Lovely atmosphere.

At a sort of market we run into an art work that we can’t let go of. Big etches. The merchant, an adorable gallery keeper from Paris with a traveling… galery, tells us that it is called Leta (the old Greek river of dreams) by Polish artist Anna Sobol-Wejman. We just love it, have a little negotiation over the price and take it home. Not so easy via TGV, I can assure you. But wonderfully scratched dreams in our house now.

The art traveler however must have a good administration as we recently (2010) received a notification for an exposition of Anna Sobol-Wejman in Paris. Look at the great work reproduced on the invitation.