Naar geen pijpen gedanst

Ik heb vanuit een ongelooflijke honger en met erg veel gretigheid Vaslav gelezen, de roman van Arthur Japin over het goddelijke, vorige-eeuwse danswonder Nijinski. Hongerig was ik (1) naar nieuw werk van Japin nadat zijn Een Schitterend Gebrek me zeer bevallen was. Hongerig was ik (2) omdat ik enige jaren geleden “Nijinski” heb gelezen, zijn dagboeken zoals ze ongecensureerd waren vrijgegegeven door zijn dochter. In Vaslav komen drie vertellers aan het woord. We volgen hen grotendeels tijdens die ene noodlottige, na-oorlogse dag, 19 januari 1919. De dag dat het kleine paardje, moegestreden, stopte met dansen. Door hun ogen zien we het leven van Nijinski, zoals het was, is en nooit meer zal zijn.

Peter is de lokale bediende van Nijinksi in Sankt Moritz. Waar meneer terechtkwam nadat hij afstand nam van de wereld. Peter verbaast zich voortdurend. Door de gemoedelijke houding van meneer tegenover een bediende, diens onwereldse onbeholpenheid, de wereldse verhalen uit meneer’s vorige leven. Hij is ook de eerste die het verval opmerkt van de geest van de danser. Omdat hij het al eens meemaakte. Bij dat andere, echte genie, professor Nietzsche. En altijd maar op dat uurwerk kijken.

Het verhaal van Peter loopt over in dat van Sergej Pavlovitsj, Nijinski’s grote ontdekker en minnaar. Diaghilev. Eigenaar en bezieler van Les Ballets Russes. In de steek gelaten door Vaslav voor… een vrouw. Pulszky Romola -de derde vertelster- baande zich geduldig een weg tot bij de sterdanser. Die niet alleen met haar huwde maar er ook een kind bij kreeg. De onmacht van Diaghilev, Vaslav was zijn grootste creatie èn zijn grootste mislukking. Maar nu heeft het serpent van een moeder van Romola net hèm een uitnodiging bezorgd voor Nijinski’s oorlogsdans.

De doorlooptijd van het boek is… 1 dag. Maar naadloos wordt door de 3 vertellers de volledige levensloop van Nijinski in beeld gebracht, via flashbacks, mijmeringen en gedagdroom. Een vertelmatig hoogstandje. Maar echt aangrijpen deed het boek me pas bij het verhaal van Romola over hun oorlogsjaren, in Hongarije. Na de lange jaren reeds van Vaslav’s stilzwijgen, inzinkingen, zijn opnames die hem alleen maar verder doen wegzinken. De vreselijke tussenkomsten van haar moeder ook.

Enige gelijkenissen met Een Schitterend Gebrek zijn Venetië, de prachtige schets van romantiek beleefd in harten, het complexe effect van die romantiek ondervonden in levens. Maar de diepgang is toch net dat beetje minder. De fascinatie en enthousiasme voor het onderwerp lijken me wat voorrang te hebben gekregen. Maar in het hoofd kijken van de voor eeuwig zwijgende Nijinski blijkt toch moeilijker dan bij de voor eeuwig gebrandmerkte vrouwenveroveraar Casanova. Net wat gebalder had niet misstaan, alhoewel het mij persoonlijk niet stoorde. Vanwege mijn fascinatie en enthousiasme voor het onderwerp allicht.

Als u me nu wil excuseren, ik wil de dagboeken herlezen. De woorden van lettermeester Japin afwegen aan de woorden van de dansmeester zelf…

Dancing on hallowed grounds / Dancing Nyjinsky style (Bauhaus – Dancing)
I’m a muscle in plastic / Nyjinsky’s bad move
(Bauhaus – Muscle in plastic)

Suikerspin (kleverig opgewonden intriges)

erik-vlaminckIk kwam Erik Vlaminck in mijn leesleven al tegen als de auteur van de 6-delige familieschets, Het Schismatieke Schrijven. En zijn verschijning in Iets Met Boeken (Samen met Arthur Japin) werd de ultieme aansporing om eindelijk diens nieuwste, Suikerspin, te lezen.

Enfin, waar TV af en toe dus goed voor kan zijn.

erik-vlaminck-suikerspinDoorheen de ontrafeling van een familiegeschiedenis kijk je naar de ontrafeling van een milieu, een inkijk in de wereld en de geschiedenis van de kermis en zijn ‘forains’. Over een kermisleven als een Kinderdroom, een (voormalige) topattractie. Over ‘fenomenen’ zoals zwarte zeemonsters, baardvrouwen, dwergen, een siamese tweeling. Over Jean-Baptist en Anna (van Henri), de generaties Albert, Arthur en Tony (Eigenlijk Antoine, want ‘t moest met een “A” beginnen om de autobus niet te moeten overschilderen).

De opbouw en afwikkeling is een literaire detective waardig. Niet om te ontdekken ‘whodunit’, maar om gaandeweg te vernemen wie, waar en wanneer welke rol had in die kermisgeneraties. De sprongen heen en weer door de tijd (maar uiteindelijk toch van Coppi naar Merckx naar Boonen) zorgen dat uiteindelijk  geen geheim meer overeind blijft (voor de lezer althans). Tot in de laatste paragrafen, zinnen, woorden, klanken worden puzzelstukjes van onder de mat gehaald om hun rechtmatige plaats in de totaalgeschiedenis te krijgen. In die schitterende, volkse taalvorm. Veel gezever en wijven zijn crapuleuze serpenten. En Tony zijn Hollandse pothoer, en de wulpsheid in haar hete lijf.

Naar mijn mening is dit pareltje van Erik Vlaminck nog beter dan de verhaling van zijn persoonlijke, schismatieke familiegeschiedenis. Waar je door de ontrafeling van zijn persoonlijke familiegeschiedenis deelachtig wordt aan de ontrafeling van een regio, een land. Schets van Vlaanderen, van België. Voeg dat gerust toe aan Claus, Lanoye en Van den Broeck, die telkens andere facetten en tijdperken belichtten.

1999 In onze boekenwinkel (toen in Diest) komt een ietwat slungelig figuur ietwat gecrispeerd vragen waarom zijn boek niet in de winkel ligt, of we daar nog niet van gehoord hebben, dat het over Diest gaat, enz. Van een echt gesprek was geen sprake. Laat staan dat we wisten wie Erik Vlaminck was. Terecht, weet ik intussen, was hij misnoegd.

Nu ook op de longlist van de Libris! Omdat deze schrijver, met zijn unieke stem als chroniquer van levensverhalen niet meer over het hoofd kan gezien worden. Mochten wij nog een winkel hebben, amai, ik wist het wel.

Noot bij al dat opgezochte werk: kunnen schrijvers niet gewoon hun fantasie gebruiken om hun boeken te schrijven? Nooit geweten dat daar papieren van de burgerlijke stand voor nodig waren.

Een schitterend gebrek aan realiteit

Afbeelding van Arthur Japin

Ik kwam de naam Arthur Japin in mijn leesleven al vaak tegen, maar dat bleef zonder gevolg. Tot zijn verschijning in Iets Met Boeken. (Samen met Erik Vlaminck, de ultieme aansporing om eindelijk diens nieuwste, Suikerspin, te lezen. Tot geweldig genoegen zoals je later kan lezen)

Enfin, waar TV af en toe dus goed voor kan zijn.

arthur-japin-een-schitterend-gebrekIk ben in Een Schitterend Gebrek gedoken. Zoals zo vaak, door de achterflap. Omdat, euh, wel, zeg nu zelf, welke oprechte romanticus en vrouwenzot wil nu niet weten wie die ene, unieke vrouw zou kunnen zijn waarvan de essentiële eenzaat Cassanova zegt dat hij haar, en alleen haar, onrecht deed.

Het eerste deel gaf me het gevoel dat het hoofdpersonage, Lucia, een al te idyllische, en dus per definitie onbestaande, romantiek, genre het lijden van de jonge Werther (zie ook tijdvak), moest ontgroeien, overstijgen. Hop, voorbij de romantiek, into de cyniek. En dan dendert het voort, voorbij de realiteit, het leven achter het masker, dwars door Europa, tot in het kille, minder-vrijdenkende-dan-het-pretendeert-te-zijn Amsterdam. Op de vlucht voor de Liefde, vanwege de Liefde. Lerend dat de realiteit datgene wordt waar je in gelooft. En in dat kille Amsterdam gebeurt het onmogelijke, Lucia (inmiddels Galathea) ontmoet hèm opnieuw, verneemt hoe hij geleefd heeft sinds …

Een schitterend Gebrek? Ach, het kan vanalles zijn, jeugdigheid, een verminking, de realiteit. Geloof het, of ook niet.

ps. Stephen Fry gaat het verfilmen. Lees zelf maar…