Posted on 2 Comments

Wat, vertelt Primo Levi, is de mens

levi-primo-is-dit-een-mensZeventig jaar nadat Primo Levi de periode die hij doorbracht in het Monowitz vernietigingskamp, onderdeel van Auschwitz, verwerkte in een eerste boek (1947), lees ik eindelijk het (vertaalde) resultaat, „Is dit een mens“.

Tweehonderd pagina’s lang lees ik een ingetogen relaas dat mij de ene na de andere mokerslag bezorgt. De gortdroge stijl geeft de totale ontmenselijking weer die heerste in het kamp, de gevoelloosheid, de ijselijkheid, winter en zomer. Ingetogen en verbaasd neem ik de woorden in me op, de mensen die geschetst worden, de verhalen beschreven. Tot de laatste paragraaf. Dan komen tranen. Ontreddering. En meer tranen.

Het kamp is een onwezenlijk voorportaal van de dood, een wereld waar een broodrantsoen de eenheid is waarin gerekend wordt, egoïsme slecht noch goed is, maar een quasi-evidente expressie van gedachteloosheid, van hoop noch wanhoop. Niemand is er nog mens, maar iedereen een nummer, en de gevangenen een lijntje op een lijst. De tijd verdwijnt er met de richting nul procent reikende overlevingskansen. Alhoewel het kamp een van de vele onderdelen was van de oorlogsindustrie oversteeg het belang van vernietiging er vele malen het belang van productieve opbrengst.

Levi schreef een buitenaards werk, in meerdere opzichten. Het is geen politiek, maar een humanistisch werk, geen simplistische beschuldiging of veroordeling, maar een complex onderzoek naar wat het betekent mens te zijn, mens onder de mensen, mens voor de mensen. Levi stelt de vraag hoe we nog van ‚Voorzienigheid‘ kunnen spreken. Want het ondenkbare gebeurde. Het ondenkbare werd denkbaar.

Maar het ondenkbare is niet waar het begint. Het ondenkbare is het gruwelijke eindpunt van een lange weg. De weg begint daar waar grote groepen mensen, bevolkingsgroepen, op basis van afkomst, etniciteit, huidskleur, religie, geslacht, overtuigingen, mechanistisch worden afgeschilderd als minderwaardig of vijandig. Het begint als wetten blind boven de waardigheid van de mens worden gesteld, als de reële diversiteit en individuele eigenheid binnen een geviseerde groep bewust worden genegeerd ten voordele van veralgemenende, negatieve stereotypes. Demagogen beogen ons geleidelijk, bijna onmerkbaar, steeds verder en verder deze lange weg van suprematie op te drijven door machinaal herhaalde retoriek, systematisch en doelgericht. Op een fundament van collectieve angst zal een demagoog zich uiteindelijk als de nieuwe grote Leider presenteren, de bevrijder. De kracht van de verzuring.

Een maatschappij heeft reflexen of mechanismes nodig om dergelijk sluipend gif een halt toe te roepen; debat, media, onafhankelijke denkers, individuele burgers, representatieve parlementen, democratische partijen. Het gif werkt enkel als het zich ongecontroleerd en ongecontesteerd een weg mag banen naar de massa’s.

De les van Levi. Het ondenkbare werd denkbaar. Het kan opnieuw gebeuren. Elke mens heeft het recht beoordeeld te worden naar wat hij is, meer dan tot welke groep hij -al dan niet toevallig- behoort.

 

Posted on 7 Comments

A simple framework for complex product delivery (in 100 pages)

From March to June 2013 I created the book “Scrum – A Pocket Guide (A Smart Travel Companion)” for Van Haren Publishing (Netherlands). Although I had already written much about Scrum, it was really, really hard work. I wanted the book to be about its subject, not its writer. I wanted the book to be concise, yet complete. I wanted the book to reflect the simplicity of Scrum, in its appearance, tone, language, expressions, sentences.

Since its initial publication (November 2013) my pocket guide to Scrum was re-printed 3 times (January 2014, June 2014, November 2015). In April 2016 my Dutch translation was published as “Scrum Wegwijzer (Een kompas voor de bewuste reiziger)”. And two friends of Scrum are currently going through the really, really hard work of creating a German version, which will probably be named “Scrum Taschenbuch” and be available in 2017. And somewhere along the road I experimented with setting up a Facebook page for my book.

This is beyond any expectation I might have had handing in the first manuscript half way through 2013. I am totally humbled, and sometimes overwhelmed, by the continual appreciation of the book’s buyers and readers.

verheyen-gunther-scrum-a-pocket-guide-2016I want to share that a 5th print of the English version is on its way (end November 2016), holding a NEW COVER. The content of the book hasn’t changed. I was fortunate to have described the Scrum Values already in my book. The only change was the update to my personal history, as is also reflected on my website.

Thank you, readers. Thank you, publisher. Thank you, fellow Scrum Caretakers!

To support the update of my book, my publisher asked me to do a 3-minutes introduction to Scrum, a simple framework for complex product delivery. The time constraint helped me to keep it simple, just like Scrum.

Posted on 1 Comment

Aan het einde van de kim, (de) WIL. Onbereikbaar?

olyslaegers-jeroen-wilWIL brengt ons het levensverhaal van de genaamde Wils, Wilfried, Antwerpenaar. Zijn levensverhaal wordt volledig overschaduwd door WO II, toen Wils en zijn kameraad Lode hulpagent waren in Antwerpen. Zeker wat Wils betrof, was dit een opportunistische arbeidskeuze. Zo kon hij ontsnappen aan de verplichte arbeid in Duitsland. Het ambiguë gevolg was dan wel dat hij geacht werd andere arbeidsonwilligen in de kraag te vatten. En erger.

Alhoewel Wils heimelijk eigenlijk het serieuze dichterschap ambieert, lijkt zijn voornaamste talent te zijn: overleven. Ambitieloos schippert hij tussen oorlog en vrede, tussen bezetter en verzet, tussen participatie en onthouding, tussen Duitsers en Joden, tussen werkplicht en razzia’s, tussen smeerlap en behager.

De genaamde Jeroen Olyslaegers, getalenteerd schrijver, laat Wilfried Wils, overgrootvader intussen, vandaag zijn verhaal brengen in een indrukwekkende terugblik van zo’n slordige 300 pagina’s. Wils blikt terug op zijn leven, zijn huwelijk, de oorlogsperiode en het leven erna, alhoewel de schaduw van de oorlog veel, zoniet alles, bepaalt. Alsof de klok haar tikken stopte rond ’45. De lezer leert Wilfried Wils kennen als een man die zijn wil wil doen gelden, daar glorieus in faalt, herhaaldelijk, overleeft en voortkrabbelt, herhaaldelijk.

Jeroen Olyslaegers brengt ons met WIL een indringend onderzoek naar de zucht naar normaliteit, het stilzwijgende verlangen om steeds weer zo snel mogelijk, wat er ook gebeurt, over te gaan tot de orde van de dag. Jeroen schetst ons de veranderende gezichten van een stad tijdens de bezetting, het dagelijks leven in een bezette stad, in straten en verdonkerde huizen vergeven van de normaalzucht, ver weg van prozaïsche helden vs. verachtelijke misdadigers. De stad zelf krijgt daarin een eigen stem, terwijl er door haar bevolking meer wordt gezwegen dan gepraat, in de illusie dat dan alles snel weer normaal zal worden. Zwijgen en normaalzucht gaan er hand in hand, in het bezette leven in deze bezette stad.

Genadeloos toont de schrijver ons het laffe zwijgen, en het verdoken verraad dat erin verscholen ligt. Maar de auteur vergoelijkt, oordeelt noch veroordeelt, alsof ook hij over en weer geslingerd wordt tussen de liefde voor de mens, geportretteerd in zijn personages, en de afschuw voor hun daden, alsof ook hij weet dat de grens tussen lafheid en slechtheid moeilijk te trekken is, alhoewel ze wel bestaat. We worden mede-verstekelingen op de schepen genaamd “Leven”, de oceaanstomer genaamd “Maatschappij”. Verstoken van overtuigingen die kunnen uitgesproken worden. We worden allen stilzwijgende neutralen. Toch neemt WIL ons mee tot voorbij het punt waar zwijgen nog een optie is.

Stilte is in zekere zin, en in meerdere lagen, ook de grote kracht van WIL. Zoals we van hem gewend zijn, hanteert Jeroen een overweldigende en rijke taal in WIL, en daarenboven een prachtig Vlaams dat netjes laveert tussen gesproken klank en geschreven inkt, tussen stedelijk volks en verheven poëticaal. Jeroen staat, bij mij alvast, bekend vanwege een stevige overdrive en overdaad, in beelden, in drukte, in woorden. Wel, in WIL is zijn taal nog steeds mooi en rijk, maar blijft hij weg van zijn over-taal. Hij laat de gebeurtenissen, vaak in alle gruwelijkheid, voor zich spreken. Er komt geen onnodig gemoraliseer aan te pas, geen gedramatiseer. Net daarom is het zo’n kopstoot. Wils brengt het verhaal, Olyslaegers is onthecht. Net daarom komen de beschreven gebeurtenissen zo hard binnen. De horror en de gruwel komen onversneden tot de lezer. Maar de schrijvende schepper stelt zich oordeelloos op. Hij zoekt geen excuses, maar gedraagt zich ook niet als rechter.

Het is niet moeilijk de link te zien met hedendaagse thema’s en burgemeesters, maatschappelijk engagement, migratie en vreemden, politieke en andere retoriek, het neo-populisme. Dat is een sterk (s)taaltje, teksten schrijven gebaseerd op een mid-vorige eeuwse periode zodat lezing ervan ook vandaag relevant is. Misschien ook wel beangstigend. Sommige passages kunnen letterlijk, zonder één letter te wijzigen, hergebruikt worden in het Antwerpen en Vlaanderen anno 2016. Voorwaar. WIL is echter geen simplistisch pamflet, het bevat geen lineaire zwart-wit meningen of oordelen, maar toont ons de complexe inter-menselijkheid achter -soms bijzonder gruwelijke- feiten. WIL toont de vele facetten van de diamant, het steentje, de illusie genaamd “waarheid”.

Er is de WIL tot Macht. Er is de onWIL tot spreken. De WIL van de angst en de wrok, voor de Ander, de WIL tot het Grote Zwijgen. En er is WIL van Jeroen Olyslaegers. Verder heb ik zelf geen mening, doe ik er liever het zwijgen toe. Per slot van rekening heb ik hier niet voor gestudeerd, en zijn het mijn zaken niet, de literatuur. En laat me dan ook maar voorbij gaan aan de gigantische hoeveelheden research die dit boek duidelijk gekost hebben.

Evidenter is het om te genieten van de prachtige cover. Gestileerd, dreigend. De sfeer van een bezette stad, de herinnering aan de cover van Bezette Stad van die andere Antwerpenaar, de dichter Van Ostaijen. En cinema uit het interbellum, signatuur Fritz Lang en co.

van-ostaijen-paul-bezette-stadmetropolis-movie-posterm-movie-poster

Ik begrijp dat de ware literatici veelvuldig verwijzen naar Claus, Boon en andere grootheden. Dat is helemaal terecht, omdat WIL in een grootse literaire traditie thuishoort, maar niet omdat het een afkooksel of kopie is van. Een loutere vergelijking doet allen tekort. WIL is vintage Olyslaegers, een gigant op zich, die zijn stem verder heeft ontwikkeld, in beheersing. Vintage de nieuwe Olyslaegers, die net is opgestaan.

Ik kijk en zie. Aan het einde van de kim, de incarnatie van Angelo. De diamanten gevonden. Achterin de kast, inderdaad.

Dank je, Jeroen.

img_3247Vanwege
de Man op de Foto

Posted on 2 Comments

Verschijning van mijn boek “Scrum Wegwijzer”

Scrum Wegwijzer6 April 2016. Mijn boek “Scrum Wegwijzer” is net verschenen.

Dit is de Nederlandse vertaling van “Scrum – A Pocket Guide” dat in november 2013 verscheen. Ik wilde bij het thema blijven dat Scrum een ontdekkingsreis is, een avontuur. Ik vertaalde daarom de originele subtitel “A Smart Travel Companion” naar “Een Kompas voor de Bewuste Reiziger”. Dat mijn schrijfsels de lezer, die bewuste reiziger, mogen leiden op zijn avontuurlijke reis.

Bestel je exemplaar alvast op Managementboek.nl.

Mijn “Scrum Wegwijzer” werd opnieuw uitgegeven door Van Haren (Zaltbommel, Nederland), met mijn dank aan het team van Van Haren voor het vertrouwen en het geleverde werk. Mijn gewaardeerde collega-trainer Paul Kuijten (‘piraat met een peperkoeken hart‘) was zo vriendelijk de ruwe vertaling voor me na te lezen. Josien Moerman heeft het boek geredigeerd op vraag van de uitgeverij. Ik ben beiden zeer dankbaar. Ze hebben mee gezorgd voor een verhoogde leesbaarheid, een wonderbaarlijk esthetisch resultaat en een gepaste bijsturing richting Noord-Nederlands, in plaats van het door mij overduidelijk gebezigde Belgisch-Nederlands.

Het heeft mij alvast verbaasd hoeveel tijd en werk deze vertaling mij kostte. Nochtans, zou je denken, was het origineel ook van mijn hand. Enfin, ik ben uiteindelijk vooral erg blij dat de vertaling er (bijna) is. Ik hoop er een breed publiek van Scrum-liefhebbers mee te bereiken in de Lage Landen, en zeker in wat mijn Scrum thuisland werd, Nederland. Ik hoop een klein steentje te kunnen bijdragen aan een beter begrip van Scrum, aan meer werkplezier voor een aantal mensen in de wondere wereld van softwareontwikkeling en aan de creatie van betere producten voor tevredener gebruikers.

Ik wens je veel leesplezier, inspiratie en nieuwe ideetjes bij het lezen van mijn Scrum Wegwijzer, mijn kompas voor jou, bewuste reiziger.

Groetjes
Gunther

Posted on Leave a comment

Most Appreciated Releases 2015

The albums released in 2015 that kept endlessly repeating in my head and my player the most often were:

Editors - In Dream
Killing Joke - Pylon
Faith No More - Sol Invictus

Florence + The Machine - How Big, How Blue, How BeautifulRaketkanon - Rktkn#2Dez Mona - Origin

 

  • With the In Dream album Editors have gone to a seemingly small-scale sound. Until one starts discovering the layers, the sounds, the interwoven patterns. They seemingly picked up where they left off with the slightly disturbing (and pretty electronic) In This Light and On This Evening. It seems they had to go through their identity and personnel crisis with The Weight Of Their Love. Which re-established them as a band. Allowing them to move towards In Dreams. In Dreams has a bonus disc, Phase 2. The bonus songs add depth to the regular album. It is indispensible.
  • Coleman, Jaz - Letters From CytheraWith the Pylon album Killing Joke produced another greatly balanced work in the original line-up. Maybe less indispensible, but the bonus disc widens the album’s horizon even more. What helped me personally in appreciating the album, but also the band’s complete back catalogue, was reading Jaz Coleman’s self-published book Letters From Cypher. It shows the unified life of the band, against its founding, its history, its coming and going of people, its relative stability, its philosophical foundations, the joker and the back jester.
  • After the return on stages around the world several years ago, Faith No More confirmed their musical status with the great album Sol Invictus. The album demonstrates their grand and fluent mix of pathos, lyricism, hard rock, funk, engagement.
  • If you didn’t like Florence + The Machine before the crisis that knocked out Florence for a while, but helped her look for exotic places to record How Big, How Blue, How Beautiful, you won’t like her/them now. I guess. But if you did like her/them before, you will do even more now.
  • Many bands are into the Steve Albini (and Shellac) musical school of directness. Fewer get Steve Albini to produce their album, and release an album that is not a copy-paste, but shows identity, is powerful and totally true to the band’s proper musical identity. It’s what Raketkanon did with their second album Rktkn#2.
  • For too long, Dez Mona is being ignored by the masses, mistaken as they probably are because of the -agreed- somewhat cultish image that singer Gregory Frateur has. The Origin album shows a very diverse side to the band, but also a very sophisticated side, very rhythmic, very passionate, but never over the top. Time to get some recognition.
Posted on 1 Comment

2016. More or less.

There is much we can leave behind. There is much we need more of, by needing less. Artefacts in my home office remind me of essential ingredients.

Wisdom. Health (also: sanity). Poetry (broadly: words, music, writings). Love.
And coffee.

IMG_2689

Over time I have come to realise that the main inner purpose driving me is to make a difference. To people (not minding orgs and structures). Aspiring to inspire with integrity and dignity (not minding careers and demigods). Scrum.

It’s been my path so far. The human trail I left behind is my testimony. And Scrum, seriously. The journey into the unknown futures will continually define who I am, some identity. A path to be discovered.

Nothing of this would be possible without my family; without the love of my life (Atelier Ullizee) and our kids.

What is most essential in your life? What is your ‘why’? Remind yourself what is important to you. Live by it. Live toward it.

Posted on Leave a comment

A Long Way to the Light

When, at the age of 16 (1986), I started going out, a lot of people around me were seemingly seeing the whole of the moon. I didn’t. I even managed to ignore The Waterboys for the full first 2 decades of their existence. My ignorance was brutally ended in 2000 when being fatally attracted by the electrifying album A Rock In The Weary Land. Lucky me. A great journey of revelations started, greatly supported by the re-releases of all their early, and very fine albums.

Mike Scott - Adventures of a waterboyIn 2013 we had set out to go see them wandering boys live in Antwerp in August. Shortly before that very non-disappointing appointment a tweet by Belgian rock journalist Bart Steenhaut pointed me to Mike Scott‘s autobiography Adventures of a Waterboy. I took it with me to read on our yearly family holidays, to be better ‘prepared’ for the live gig, to have a better understanding of the man we were going to witness on that stage. In my imagination he was a wild man, a shamanist, and totally music. Would he actually be such, I wanted to find out.

What a revelation the book turned out to be!

I soon fell for the honest and open tone, the eloquent language, poetic like the lyrical foundation of his songs. I felt the man’s excitement in every page, even when going through the dreary moments of his career, the months and years of searching. I liked how he, almost casually, pictured the occasional lack of discipline, the quarrels with managers and producers, the quests for band members to record albums with or go on tour.

There are a couple of lady stories, but they always serve some musical purpose. The stories are relevant, musically. My heart broke over the heartbreaks and the various friendships, established, broken, lost, fixed. But then again, also in this domain, at the heart of the story is always the Music, Big or small (or both), folk or rock (or both).

The book obviously has quite some room for the becoming of Fisherman’s Blues (1988), without doubt their most known work. In great detail the emergence of the album is described, with its many back and forth movements, the declines and the falls, before and during its making, before and after its release and the touring. The reading takes the reader beyond the endless changes of names and the special, sticky relationship with Wickham and Thistlethwaith.

What I did miss was some deeper backgrounds on the becoming of the first 2 albums, The Waterboys (1983) and A Pagan Place (1984), 2 albums I still hold very dear. Overall I felt there is a sort of gap between Mike’s early teen and high school years and This Is The Sea (1985), the finality of the Big Music.

But, no worries, Adventures Of A Waterboy is a highly fascinating insight into some decades of musical adventures, a journey full of exploration, whether actually inside or outside of the music industry, always about music, at least in the end always pointing the man back to music. The book offers a look behind the scenes that goes way beyond the superficial glamour and public perception. It also shows the persistence, the hard work that is required on top of the talent. The work illuminates Mike’s brainwaves and how they helped him shift worlds, from the early years of aspiration to the rock business to the spirit of the Celts and the god Pan.

Adventures Of A Waterboy turned into one of those rare books that lifted me with my feet from the ground and transcended me completely to the described places and times. With its colourful descriptions of landscapes, cities, venues, islands, rooms and places. Enticing. A mesmerising journey through ink, letters, words, pages.

As a music-affinate reader I really got dragged into some threesome decades of up and down emotions of the passionate wanderer that Mike Scott seems to be. He gave me an insight into his life with the spirits; the spirit of the Big Music, the spirit of Pan, the spirit of Celts, the spirit of light and Love, the spirit of the mysteries, the spirit of outerworldly muses, gnomes and elves. I was energised by the man’s will, his drive, his ambition. All for greatness. Through the book I sensed a seeker, one who will never stop seeking, meanwhile adding characters to draw from, a shape-shifter swiftly moving between worlds. He is a wild man. He is a shamanist. But -above all- he IS music.

Intuitively I stopped reading when entering chapter 15, “The Philosophy Room”, and listened to the song Long Way To The Light first. After the chapter, I stopped again and listened to the full album Bring ’em All In (1995), one of Mike’s solo albums, before continuing my read. It helped me get this era of his life much better. It helped me understand that one sometimes has to keep up, slowly putting one foot in front of the other, do what one does best.

Mike Scott - Adventures of a waterboy -RugAlthough first published in 2013, these Adventures Of A Waterboy are not described beyond 2001-ish, shortly after the release of A Rock in the Weary Land. And that happens to be the time where I strangely picked up. I haven’t stopped following them since then.

I have enjoyed this autobiography the most because it’s an authentic story, all included, the better and the worse, of an artist and his music. No gossip. No dirt. No ego. Just music. And the god Pan. One of the better musical (auto)biographies around.

Posted on Leave a comment

Nietzsche contra Nietzsche

In 1869, nauwelijks 24 jaar oud en nog zonder doctoraat, wordt Friedrich Nietzsche (geboren te Röcken nabij Leipzig in Duitsland) na zijn studies in Bonn en Leipzig benoemd tot hoogleraar Klassieke Filologie aan de universiteit van Bazel in Zwitserland. Nietzsche was van opleiding namelijk classicus. Dit domein werd alsnog zijn ingangspoort tot de filosofie, zijn latere en finale bestemming.

Nauwelijks een jaar eerder, in 1868, had Nietzsche in Leipzig de componist Richard Wagner ontmoet.

Friedrich Nietzsche -  De Geboorte van de TragedieIn 1872 verschijnt het eerste boek van Nietzsche, “De Geboorte van de Tragedie“. Het is een onderzoek naar de bronnen, het ontstaan en de evolutie van de aard en de verschijning van de zogenaamde ‘klassieke tragedie’ in het oude Griekenland. Alhoewel geschreven vanuit zijn vakgebied bevat het boek heel duidelijk al de krijtlijnen van de latere filosofische wegen van Nietzsche. Kenmerkend is ook al de uitgesproken hamerende stijl van zijn geschriften, het afwijzen van doorgedreven structuur en retoriek. Finaal slaat hij de wegen van de filosofie pas exclusief in vanaf zijn terugtreden uit zijn universiteitspositie, wegens gezondheidsproblemen, in 1879.

De eerste versie van het boek heeft nog als ondertitel “uit de geest van de muziek“. Het bevat ook een voorwoord aan Richard Wagner en ettelijke, behoorlijk naiëf ogende idolatrische verwijzingen naar hem. Echter, de echte kern en waarde van het boek is Nietzsche’s diepgravende en oorspronkelijke analyse van de klassieke tragedie. De figuur van Wagner is eerder de projectie, een spiegel van Nietzsche’s hoop op de wedergeboorte ervan. Nietzsche hoopt op de herwaardering van de dionysische driften in de muziek en het theater, zodat de balans kan hersteld worden tussen het instinctieve (een dierlijke, natuurlijke levenslust) en het naïeve (hoopvolle, dromerige romantiek). Nietzsche meent dat de tijd gekomen is om de decadente ontsporing naar louter verschijning, louter woordenspel, ongedaan te maken. De onderliggende idee is het herstel van het pessimisme als levenslustige motivatie, erkenning ervan als oerbeweging, een wezensaard en levensbron.

Het is erg opvallend hoe dit eerste werk van Nietzsche quasi alle thema’s reeds bevat die blijvend zullen terug komen in zijn latere werken, alhoewel een voor een met meer diepgang behandeld in die werken en niet meer zo sterk tegen deze culturele achtergrond.

In de jaren van omgang met Wagner volgend op hun initiële ontmoeting en gesprekken ontwaakt Nietzsche geleidelijk uit het droombeeld dat hij heeft/had van Wagner en bij de derde druk van “De Geboorte van de Tragedie” in 1886 wijzigt hij de ondertitel naar “of: de Griekse geest en pessimisme” (ps. naar mijn mening zou het beter zijn “of: de Griekse geest en het pessimisme”) en vervangt hij het voorwoord aan Wagner door een ‘proeve van zelfkritiek’. In de meest recente Nederlandse vertalingen, steeds uitgegeven bij de Arbeiderspers, werden gelukkig genoeg beide inleidingen opgenomen, met de historische duiding ervan in het nawoord van Hans Driessen, de vertaler.

In zijn laatste actieve levensjaar (1889), dat wil zeggen net voor hij in de 10-jarige lethargie verzeilt die tot aan zijn dood in 1900 duurt, schrijft Nietzsche 2 pamfletten die de figuur van Wagner als expliciet onderwerp hebben, “Het geval Wagner” en “Nietzsche contra Wagner”. Het tweede pamflet wordt door Nietzsche zelf, net voor de intrede van zijn lethargie, niet vrijgegeven voor publicatie. Enkele maanden later, nadat Nietzsche is ingestort, wordt het alsnog gepubliceerd.

Friedrich Nietzsche - Nietzsche contra WagnerIn het Nederlandse taalgebied zijn deze teksten onder 2 verschillende vormen gebundeld en gepubliceerd, telkens in dezelfde vertaling. In de reeks Privé-domein (#194) werden ze beide uitgebracht onder de titel “Nietzsche contra Wagner”, naar het tweede pamflet. In de Nietzsche-bibliotheek werden ze samen uitgebracht onder de titel “Het geval Wagner”, naar het eerste pamflet.

Het is bijzonder opvallend hoe beide pamfletten sterk aansluiten bij het ideeëngoed van Nietzsche dat reeds zijn eerste werk domineerde, “De Geboorte van de Tragedie”. Ze zijn in die zin zelfs erg rijk omdat erin ook zijn denken rond cultuur en kunstenaarschap wordt hernomen, in het licht van het Dionysische en het Apolinische, en de verwerping en vervanging ervan door het Socratische. Het is in die zin ‘rijk’ omdat het die culturele oorsprong actief herneemt en behandelt, en niet de toepassing ervan in het louter filosofische is.

Het tweede pamflet, “Nietzsche contra Wagner”, hoort m.i. tot het meest autobiografische en oprechte dat Nietzsche heeft neergeschreven. Het staat, in tegenstelling tot wat de titel doet vermoeden, grotendeels los van de figuur van Richard Wagner. Het is eerder een strijd van Nietzsche tegen zichzelf, tegen de neigingen die hij vanuit de figuur Wagner ook in zichzelf herkent, en actief bekampt en aanvult. Het eerste pamflet, “Het Geval Wagner”, is veel duidelijker een rechtstreekse afrekening met de figuur van Wagner, alhoewel het een mengeling van afkeer en bewondering bevat.

In de boekuitgave “Nietzsche contra Wagner” worden de pamfletten aangevuld met citaten uit de dagboeken van Cosima Wagner, echtgenote van. Deze citaten ontbreken jammerlijk in de latere heruitgave onder de titel Friedrich Nietzsche - Het Geval Wagner“Het Geval Wagner”. Jammerlijk aan het ontbreken van de dagboekcitaten is dat deze citaten indirect toch een goed beeld van de relaties van de Wagners met Nietzsche schetsen. Alleen al de frequentie van vermelding van Nietzsche door mevr. Wagner is een goede indicator; de frequentie is bijzonder hoog gedurende de eerste 2-3 jaren maar neemt sterk af in de loop van de erop volgende jaren. De inhoud en de intensiteit van haar notities versterken dit effect. De aanvankelijke extreme genegenheid, bewondering en positieve toon slaan geleidelijk om in ergernis, afkeer en ontzetting. In hoofde van Cosima lijkt er toch heel wat heimwee aanwezig te blijven, daar waar bij R. de ergernis overheerst. Allengs, Nietzsche lijkt ondanks zijn lijfelijke afwezigheid toch een regelmatig onderwerp te zijn ten huize Wagner, inclusief een verschijning in een nachtmerrie van Richard.

Een mindere kritiek is dat in de latere uitgave ook het namenregister niet meer wordt opgenomen.

Het kernprobleem dat Nietzsche vaststelt en uitvoerig met zijn furieuze mokerhamer naar taal brengt, is de hang van Wagner naar zuiver effect en impact, naar enkel romantiek en decadentie, zonder Dyonisch tegengewicht en fundering, met daarenboven, in zijn latere werk, ook nog een uitgesproken christelijk-moralistisch karakter. Einde van de (hoop op de) wedergeboorte van de tragedie. For the time being.

Posted on Leave a comment

Meisjesgedicht

Vandaag, 30 januari (2014), is de laatste donderdag van januari en daarom gedichtendag.

Dat moet gevierd worden. En dus schreef ik vandaag een gedicht. Vandaag zag dit gedicht, vers geschreven, het licht. Allicht slechts een beginsel.

Mijn meisje draait om mijn begin.
Ze wervelt en wentelt tot een draaikolk van vrouw
verschijnt.
In mijn hoofd vervelt ze me tot lagen van lucht,
vertolkt ze asem,
een stroom van schuim,
lucht
waar licht doorheen tolt,
in gedraaide dans beeltenis
verschijnt.