Maakt het uit welke dag? Mag het op dinsdag?

Net gelezen, en nu al op de longlist voor de Ako literatuurprijs 2012!

Elvis Peeters met Dinsdag

(de genomineerde werken van Herman Brusselmans, “Watervrees Tijdens Een Verdrinking“, en Erik Vlaminck, “Brandlucht”, las ik ook intussen. Stefan Brijs met Post Voor Mevrouw Bromley wacht)

In Dinsdag laat Elvis Peeters (met de hulp van co-schrijfster Nicole Van Bael) een oude, rustige man gedurende één oude, rustige dag terugblikken op één leven. Dat ene leven was duidelijk minder rustig dan de indruk die de man die het overdenkt, geeft.

Zijn dag voert hem weg van de mogelijke komst van de sociaal assistente, langs de dagelijkse weerkeringen en naar geschikt gras voor hooi. Maar de dag brengt ook herinneringen aan zijn woelige jeugd, zijn verbanning naar Afrika, zijn gulzige genot van het Afrikaans bestaan tot de gedwongen terugkeer, en al wat daarna nog kwam.

Een rode draad is zijn onverschilligheid, en de boevenstreken die hij in elk van de ontelbare andere jobs die hij uitoefende steeds opnieuw uithaalde, als verkrachter, huurling of vrachtwagenchauffeur. Gesjoemel en gesjacher, meer lijkt het niet op het eerste zicht. Daarin misleidt de rustige vertelstijl de lezer.

Elvis Peeters weeft de herinneringen van de man vlechtig doorheen de gebeurtenissen van die dag, een dinsdag of eender welke dag want dat maak zoveel al niet meer uit, als het ooit al wel een verschil maakte. De terugblik van de man maakt de nodige sprongen in de tijd en er ontstaat een mooi gelaagd beeld van zijn compleet amorele levenshouding. De man denkt terug aan de vrouwen die zijn pad kruisten -zij hielden er meer onaangename herinneringen aan over dan aangename, kan de lezer vermoeden- tot de 2 vrouwen in Brussel die hij aan zijn rustige, oudere zijde had.

Zoals in Wij schetst Peeters de gebeurtenissen in een amorele stijl. Maar vergeet het rechtstreekse shockeffect van Wij, en smul van de opvallend uitgewerkte taal en de shock van het gebrek aan zelfinzicht en andere vormen van veroordeling in Dinsdag. Peeters beschrijft het, kleurt het (bijzonder opvallend vond ik hoe adembenemende landschappen van Afrika in woorden verschijnen) maar schrijft schijnbaar waardenloos. Dat hoeft ook niet; dat de lezer zich afvraagt hoe sommige gruwel mogelijk kan zijn, is meer dan voldoende. Het was een leven als overlever, en vele anderen die hem niet overleefden.

Bezeten Vuur Brandt

Bezeten vuur brandt in Samizdat, de nieuwe worp van Aroma di Amore. Het album opent met het beklemmende en desoriënterende Schoenen. Even lonkt het vermoeden dat de oude heren van stand de vroegere bloedlijn van pan-europese wave-waanzin wensten door te zetten. Maar met Stront en Hunker ontploft het album in post-industriële kortklanken die de scherpte en stacatto maanzin van Wire op het album Send lijken te evoceren, de vertaling ervan maken naar lokale kleivarianten.

Steeds baadt het album in een verontustende sfeer veroorzaakt door de unieke, bijtende teksten van Elvis Peeters en zijn unieke, bijtende voordracht die perfect versmelten met de muzikale onderbouw van de companen van nu en van weleer. Soms zakt het tempo, en nemen de beats en elektronica de tripperige overhand, met krakende en andere ontstemmende uitwaaiieringen. Dan weer exploderen de neuroses van stem en gitaar in gezamenlijke zenuwuitbarstingen en drift. Opvallend hoogtepunt is de dubbele uitvoering van de korte-benen-pijn en snijdende eenzaamheid in Nu we allemaal alleen/bijeen zijn.

Alhoewel een aantal nummers qua aanpak en sfeer herinneringen aan de jaren van de zwarte jassen oproepen, is Samizdat eerder een uitspansel dat Aroma di Amore bouwt op de wegen die onze eigenste Elvis reeds insloeg met De Legende dan een louter nostalgische trip naar de oude jaren 80. Geen verloren taal. Gelukkig maar.

Omdat de heren ook live een ode brengen aan Wire, hierbij:

Ik ging op reis en ik las… WIJ

Elvis PeetersIk ging op reis en heb veel gelezen. Rare boeken.

De enige echte Elvis, zijnde Peeters, is een talige duizendpoot. Dat blijkt uit zijn songwerk bij Aroma di Amore en De Legende, zijn literaire concerten, een paardenverhaal (van Nietzsche), zijn gedichten en… romans. De laatste in de rij las ik op reis, WIJ.

Elvis Peeters - WijWij toont ons de leefwereld van een vriendengroep. Waar verveling leidt tot experiment. En experiment tot ontsporing. Waar streling geen tederheid is. In een boek dat geen moreel oordeel geeft, vraagt of verdient. Gewoon, de ondraaglijke leegheid van gruwel.

Peeters beschrijft ongepaste daden met gepaste, a-morele scherpte. Met explicitisme verontrustender over de bredere omgeving waarin de hyper-verveling gedijt dan de uitspattingen van de hyperverveelden zelf.

Een absoluut hoogtepunt is de verantwoording van de ontsporingen in een marktgericht denken. De gehanteerde analogieën oprecht… ironisch. De hoofdstuktitels… kippenvel. De ware gruwel… de verlichte vorm van gewenning, tolerantie. Wat je pas beseft als je met brute kracht weer wakker wordt geknald. De (nochtans voorspelde) truuk met de wesp, de ultiem zelfzuchtige ‘oplossing’ met de baseball bat, de fatale ‘krak’. Het open einde laat veel… open. De zekerheid dat diezelfde zij van Wij het helemaal zullen maken in de wereld van ons. slik

De gebruikte taal mocht meer staccato, nog meer de taal van de verworpenen, nog meer desinteresse. Het vertelperspectief iets duidelijker. En de mix van de hippe muziek van zij die zich verwerpen en de voorliefde voor Heidegger en co van hij die toch wat anders is, komt niet los van de schrijver zelf.

Maar globaal heeft Peeters gedaan wat literatuur soms kan (Dag Arm Varkentje): het onvoorstelbare voorstelbaar maken. Daarmee heeft deze Elvis het gebouw duidelijk nog niet verlaten. Amai.

(ik geeft toe dat ik ooit -1998- zijn romandebuut ‘Spa’ las en niet onder de indruk was, zodat het terug in de winkel verdween)

De Legende komt weer tot leven… en bijt (!)

(1997) Elvis Peeters komt met De Legende in (godbetert) De Zevende Dag een beetje morbide staan swingen over het zwierige leven van een dode (“geef de dode iets te drinken, gun de dode wat plezier, hij ligt al dagenlang te stinken en hij hield zo van vertier“). Wist ik ineens dat de man nog op de aardbol rondliep en zowaar nog muziek maakte. Direct het kleinood Een Oor Is Een Oor aangeschaft, met zijn geëlektrocuteerde kleinkunst.

(2008) De Legende verrijst… en verenigt haar punkwortels, de wave van Aroma di Amore (remember dat andere vat van liefde Fred Angst) en vergelijkbare op hol geslagen balorkesten (snuifje Schmoll, naar Van Ostaijen?). Met nog steeds die fascinatie voor een beetje dood (van Dodenlied tot Beenderman), de ik als lichaamsdeel (beetje seksueel, brrr) de ongeëvenaarde taligheid, puntige teksten en snedige vs. gevoelige composities.

ps. Bewonder en deel de voorliefde van opperwoord Elvis Peeters voor
Nietzsche (‘god is dood, Elvis leeft‘). …Iemand een paard gezien?