Van de stilte, de woestijn en de dorst

Opstaan. Vroeg opstaan. Veel te vroeg opstaan. Bidden. Bidden. Werken. Werken. Bidden. Beetje eten. Bidden. Werken. Muren. En… stilte.

Tot ene praatvaar genaamd Annemie Struyf toegang wordt verleend tot je slotklooster. Dan wil je praten. De dorst niet meer onderdrukken. Bezorg je stiekem briefjes. Na 40 jaar. 50 jaar. 60 jaar. Terwijl ik zou denken dat je dat ontgroeid bent na een leven gewijd aan je onzichtbare echtgenoot.

Het denken aan de doden staat toch ook vrij sterk in het teken van de voorbije ‘mens’. Waar is die blijdschap, de zekerheid, dat de overledene eindelijk verenigd is met haar echtgenoot en verlener van absolutie?

De afhankelijkheid van de wereld achter die muur, wereld te verwerpen, is groot. Zo groot als mijn gevoel van een totaal anachronisme. Ik wil ‘nu’ bouwen, zoeken, vechten (soms). Cynisch. Soms. Levenslustig. Altijd.

Deze dubbelaflevering van In Godsnaam eindigde met een dikke knuffel en bijpassende kussen voor de prikkelloze kloosterwezen. Afscheid van een dorstenij van stil verlangen naar een muurloze wereld.

Die Annemie is geen rozemieke

Ik ben Annemie Struyf erg dankbaar geworden voor het compacte, eerlijke inzicht dat ze ons biedt in enkele religieuze aandoeningen. Ze gaat hierbij ogenschijnlijk aandoenlijk en onbevangen te werk, maar met niet te onderschatten vastberadenheid.

In godsnaam is daarom zo’n zeldzaam moment geworden dat ik het kijkkaske opzet.

De eerste aflevering, rond een bekeerde moslima, bekeek ik wat afwachtend. Al snel werd het duidelijk dat enkele ‘bekentenissen’ stof zouden doen opwaaien. Koren op de molen van de gebruikelijke vreemdhaters. Maar, laat ons wel wezen, ondanks de wereldvreemdheid, ver weg van verlichting, rationaliteit en daarop geënte zeden en gewoonten, bleef het gewoon… anders. Niet bijzonder beangstigend of bedreigend, voor mens noch maatschappij(model).

De uitzending over Zen boeddhisme was sterker omdat Annemie het meer mee beleefde. Erg ophelderend omdat er in onze westerse wereld een nogal idyllisch beeld van bestaat. Favoriete product in heel wat religieuze shopping baskets. Mij bleef vooral het beeld bij van de totale ontzegging van materialisme en andere wereldse geneugten, met als enig doel (gedwongen) leegheid. Toch 1 verschil met ‘echte’ religies, namelijk de betrachting om het (hun) Nirwana al tijdens het leven te bereiken.

De uitzending rond het Hindoeïsme leek initieel een gelijkaardig verhaal, maar kreeg een ontluisterend verloop. Een eerste barstje waren de wel erg westerse deuntjes bij het ‘shaken’. Maar een bom barstte echt bij de immer (?) positieve guru en omgeving toen Annemie op het onderwerp ‘tabak’ kwam. Tabak waarvan het bestaan niet gekend mag zijn, die buiten de inspectie werd gehouden volgende op een dode binnen de muren en die ‘de indianen toch ook al gebruikten’ (om in trance te raken, ja). Dreigementen, met advocaten, verwijten en Annemie buiten gesmeten. De koorts die later een tropische ziekte bleek te zijn ipv een ‘healing process’. Aan 45€ per dag. Sektair en kwakzalverij, ja.

Annemie, mijn respect voor je aanpak, je rust en je volharding!

En interessant zou een uiteindelijk synthese zijn, want bovenop de lokale, geografische en culturele verschillen lijken er heel wat grote lijnen gelijk te lopen. De gedwongen arbeid en stilte, de psychologische ontvankelijkheid, de ontkenning van de mens als mens...