Blogbericht van een would-be schrijver die het gewoon werd niet gelezen te worden
Gunther
Met Monoloog Van Iemand Die Het Gewoon Werd Tegen Zichzelf Te Praten schreef Dimitri Verhulst een roman met een ongewoon lange titel voor een al bij al korte tekst zodat we dit genoegzaam een novelle noemen. Nu, ik ken schrijfsels van vergelijkbare lengte en beperkte complexiteit die we ook ‘roman’ noemen, wat het onbelang van de definitie aangeeft. Tenzij schrijver en uitgever zich om welke reden dan ook beschermd weten door de woordkeuze voor ‘novelle’. In ieder geval, het maakt dit werk(je) daarom niet minder boeiend.
Ik meen me te herinneren dat dhr. Verhulst graag een toerke doet met de fiets, en niet gewoon om naar de bakker te rijden maar op het niveau van de echte wielerliefhebbende toerist. Het weerhoudt hem er gelukkig niet van om in deze monoloog niet de beroemde coureur centraal te stellen, maar de eigendom van de monoloog aan de Senegalese lichtekooi Seynabou te schenken. Zij is de laatste persoon op deze aardkloot die de wielrenner Jens De Gendt in leven zag (mocht hij echt bestaan hebben, dan zouden we hem misschien Frank Vandenbroucke noemen, of zo, ik zeg maar wat). Zij vindt overigens zelf ‘gazelle’ een elegantere omschrijving voor haar beroepsbezigheden, alhoewel het dat soort trots is die haar belet een officiële en legitimerende gezondheidskaart aan te schaffen.