Ik heb gelachen en gehuild, maar steeds intens genoten. Van de wilde, rijke taal. Van veel woorden en toch niets teveel. Van een auteur die niets meer te weinig wil zeggen.
Maar wat de auteur ook probeert, doorheen het ganse werk geeft “Zij” de subtiele regieaanwijzingen. De moeder-actrice, ster van het tafereel. De verhalen van gruwelijke aftakeling worden gelardeerd met sprankelende -alhoewel soms wrange- herinneringen. Aan leven, werk, omgeving, theatraliteit en figuranten van dienst. Steeds is het persoonlijk, pijnlijk zelfs, maar nooit verdringt dat de literatuur of wordt het opdringerig of genant. Waardig. Herkenbaar, maar stillistisch oppermachtig.
En de “Ik” lijkt meer dan ooit te beseffen dat hij zoveel van haar heeft (drama queen?). Misschien was dat nog de grootste confrontatie voor de schrijver (en reden van uitstel?). Het mag gerust ook een van zijn grootste, persoonlijke overwinningen heten.
Voor ons, lezers, mag alleen al het bestaan van dit relaas een literaire triomf heten. Blij dat Lanoye nog (zoveel) taal heeft.
Visuele ondersteuning?Prachtig stukje met de auteur in Terzake en zijn boekvoorstelling.
