Meisjesgedicht

Vandaag, 30 januari (2014), is de laatste donderdag van januari en daarom gedichtendag.

Dat moet gevierd worden. En dus schreef ik vandaag een gedicht. Vandaag zag dit gedicht, vers geschreven, het licht. Allicht slechts een beginsel.

Mijn meisje draait om mijn begin.
Ze wervelt en wentelt tot een draaikolk van vrouw
verschijnt.
In mijn hoofd vervelt ze me tot lagen van lucht,
vertolkt ze asem,
een stroom van schuim,
lucht
waar licht doorheen tolt,
in gedraaide dans beeltenis
verschijnt.

De dag van ‘t gedicht voorbij (gerijmd?)

La NOuvelle Cycluste231 Januari is (was) gedichtendag. Voorbijgehold door mezelf en de tijd wil ik alsnog mijn bijdrage leveren, met werk uit eigen werk, La NOuvelle Cycluste (ONgekelderd en NOg dicht). Helemaal ge-zelf-publiceerd is het ook nog steeds te koop op Unibook. Hmm, een liefhebber in de zaal?

Onderstaande is een leesbaar gedicht:

Geluk

Geluk
,zeggen ze,
hoort niet in een woord.
Geluk
,zeggen ze,
is
wat hoort.
Zeggen ze maar niet.
tJA,
die dichters toch.

Ik schrijf verder echter vooral meetlatpoëzie, gestructureerd, afgelijnd en letterlijk afgemeten. Aangezien dat zich moeilijk hier laat reproduceren, kan je hier het ondertitelgedicht van de bundel downloaden: ONgekelderd en NOg dicht.

Zoals ik eerder al meldde, zette Marc Swoon Bildos ook al gepaste beelden op mijn gedicht “Geheimpje van de Dichter”. Mooie gelegenheid om hier nog eens te tonen:

Geheimpje

Marc ‘Swoon Bildos‘ verklapte mijn geheimpje, mijn “Geheimpje van de dichter“. Lees het, of liever: kijk en luister, zelf:

(en kijk even op de swoon-bildos blog voor nog veel meer lekkers)

Geheimpje van de dichter

…’t woord is zichzelf
gedicht niet

tenzij niet op papier
zoekt het zich

in geblauwde inkt die druipt en bulkt
van handen en van taal

‘ongesproken’ per ‘definitie’
voor eeuwig

Het valt tegelijk binnen en buiten de dichtbundel “La NOuvelle Cycluste (ONgekelderd en NOg dicht)” die ik zelf-publiceerde op Wwaow, een site die ik met een Scrum Team ooit nog bouwde, en waarvan de kern nog steeds overeind staat (de buitenkant is lelijk gemaakt). Je kan de bundel nog steeds kopen zelfs via deze link.

Meetlatpoëzie

Naar Parijs in statig roze. ONaangekomen NOg terug in rafelgroen.

Dat is de informele ondertiteling (thema?) van mijn eerste poëziebundel:

La NOuvelle Cycluste (ONgekelderd en NOg dicht)

En ik zelfpubliceerde dit debuut via Unibook.com. Je kan er via de webshop mijn bundel kopen, en wel via deze link: http://www.unibook.com/nl/Gunther-Verheyen/La-NOuvelle-Cycluste-%28ONgekelderd-en-NOg-dicht%29

De typografie en de drukte?

Het is gewild. Het moest zo zijn. Met 1 lezing niet aan te komen. Aan mij, in mij. Terug te keren. De (meeste) gedichten zitten vol rechte lijnen en hoeken. Dat is te wijten aan de analytische lever (van het werkwoord “leven”) in mij, de overmatige denker, de ingenieur. Overgestructureerd.

Met als resultaat: kubistisch-hoekig gedoe.

M e e t l a t p o ë z i e

Swoon was zo vriendelijk om op basis van een proefbundel een gedichtje te laten inspreken door Arlekeno Anselmo en te onderbouwen met geluid, klank en beeldvormingen. Hij koos “Geheimpje van de dichter” uit. Een grappige keuze want het valt net buiten de bundel. Het bekijkt de dichter en zijn bundel van op een agnostische afstand.

Dit gedicht gaat over het dichten zelf. En ook weer niet. Als het allemaal voorbij is, de bundel gelezen, komt het zeggen dat al die voorbije woorden zichzelf niet waren, want dat er teveel verzwegen bleef. Moesten ze gesproken zijn, ze zouden zich moeten bewijzen, tonen dat ze waar zijn, en kan de dichter dat wel aan?

ps. Van deze site maakte ik met mijn Team nota bene in 2006 een eerste versie voor Peleman Industries, als Wwaow.com (“Worldwide Association of Writers”). Met de naamsverandering, naar analogie met het hoofdmerk Unibind, is de buitenkant blijkbaar hard veranderd, maar ik herken wel ‘onze’ binnenkant nog helemaal. Het ziet er allemaal wat meer flashy uit terwijl wij bewust sterk voor soberte hadden gekozen. En wij maakten zeker geen fouten in databaseverwijzingen, zoals gebeurt bij het opvragen van mijn bundel!

Hoe tot een Bankroet te komen

In de nadagen van zijn Berlijnse periode begon Paul Van Ostaijen te werken aan een filmscript. Hij werkte De Bankroet Jazz (waarschijnlijk) voorjaar 1921 af toen hij, na zijn terugkeer naar Antwerpen, ondergedoken zat bij zijn vriend, de beeldhouwer Oskar Jespers.
In 2009 worden de beide gekende versies van het script in een prachtige facsimile uitgegeven door Uitgeverij Ijzer. Het boek krijgt daarenboven een DVD mee met niet enkel de verfilming door Frank Herrebout en Roxy Movies, maar ook een documentaire en bonusmateriaal.

In de documentaire schetsen in hoofdzaak Geert Buelens en Marc Reynebeau, maar met een hoogst interessante, historische nevenrol voor rijksarchivaris Luc Vandeweyer, beeldrijk de levensloop van Paul Van Ostaijen en hoe het nagelaten dadaïstische filmscript daar in past.

Het gaat vrij snel naar zijn nederlandstalige schoolloperij, wat al vrij uitzonderlijk is en leidt tot een rebels flamingantisme. Het eindigt bij de verrassende onthulling dat onze aktivistische jongeling voorbestemd was de rang van kapitein-adjudant op te nemen bij de op te richten Vlaamse Militie/Rijkswacht, getekend Borms. Zou het uniform gepast hebben? In tussentijd had de dichtende klerk een celstraf opgelopen door een ‘grap’ van zijn Vlaamsche Vriendjes, eenzaam geroep tegen de gehate superieur kardinaal Mercier. En zijn eersteling, Music-Hall, was opgevallen door de vernieuwende stedelijke thematiek.

Met het einde van de eerste wereldoorlog in zicht vertrekken Paul en geliefde Emma Clément naar Berlijn. Daar beleven ze live, in real-time, het einde van het keizerrijk. Zien ze hoe onder hun raam Noske, de steeds rechtsere sociaal-democraat, de volksopstand bloedig in de kiem laat smoren. Op de stoep van het rovershol waar Paul met zijn Emmeke, ondertussen ook al de schoonste van Berlijn, verblijft. Waar schijnbaar een louche piloot, Goehringer genaamd, in duistere zaakjes handelt.

Berooid en beroofd van liefde, idealen en romantiek keert Van Ostaijen terug naar huis. Daar werkt hij verder aan het filmscript dat wel een afrekening lijkt met zijn leven so far. Een signaal dat het humanistisch expressionisme van zijn tweede bundel Het Sienjaal passé is. Eat your heart out, Wies Moens. Het script lijkt ook sterk op de nieuwe prozaliefde die Van Ostaijen in Berlijn omarmde, de groteske.

Maar Van Ostaijen verwerkt er dadaïstisch-pamflettair ook reclameteksten en -beelden in, productnamen, affiches. Het straatbeeld van Berlijn. In een ontpersoonlijkte vorm geeft het de opstand van de dans weer. Iedereen doet mee! Alle landen. Tot ook de jazz en de dada zich bekeren tot het burgerlijk cynisme van het geld, het kapitalisme. Waardeloze staatsbonnen en verdwijnende regeringen zijn het gevolg, waardoor clowneske Chaplin de zaken -tevergeefs- overneemt.

In zijn tijd aantoonbaar onverfilmbaar werd het script tot leven gebracht in een collagefilm. Zeer arbeidsintensieve research doorheen het filmmuseumarchief resulteerde in de assemblage van vaak gefragmenteerde fragmenten van paapse censuur. Leuk weetje dat de dood van Wagner de geboorte van de Jazz inluidt. Dada matinées. Maar laat wat mij betreft vooral duidelijk zijn dat Van Ostaijen stromingen op zich oversteeg, surrealisme, dadaïsme, futurisme, expressionisme. En hij leek over een zeker voorspellingsvermogen te beschikken (zie inflatie). De exploratie van jazz en de roots ervan is net iets te uitgebreid om te blijven boeien. En dat om toch maar te kunnen aantonen waarom onze geliefkoosde dandy er zo gek van was. Zeitgeist? Iemand?

Mijn dank aan alle makers voor boek, beeld en toelichting. Bijzonder verrijkend.