Wat, vertelt Primo Levi, is de mens

levi-primo-is-dit-een-mensZeventig jaar nadat Primo Levi de periode die hij doorbracht in het Monowitz vernietigingskamp, onderdeel van Auschwitz, verwerkte in een eerste boek (1947), lees ik eindelijk het (vertaalde) resultaat, „Is dit een mens“.

Tweehonderd pagina’s lang lees ik een ingetogen relaas dat mij de ene na de andere mokerslag bezorgt. De gortdroge stijl geeft de totale ontmenselijking weer die heerste in het kamp, de gevoelloosheid, de ijselijkheid, winter en zomer. Ingetogen en verbaasd neem ik de woorden in me op, de mensen die geschetst worden, de verhalen beschreven. Tot de laatste paragraaf. Dan komen tranen. Ontreddering. En meer tranen.

Het kamp is een onwezenlijk voorportaal van de dood, een wereld waar een broodrantsoen de eenheid is waarin gerekend wordt, egoïsme slecht noch goed is, maar een quasi-evidente expressie van gedachteloosheid, van hoop noch wanhoop. Niemand is er nog mens, maar iedereen een nummer, en de gevangenen een lijntje op een lijst. De tijd verdwijnt er met de richting nul procent reikende overlevingskansen. Alhoewel het kamp een van de vele onderdelen was van de oorlogsindustrie oversteeg het belang van vernietiging er vele malen het belang van productieve opbrengst.

Levi schreef een buitenaards werk, in meerdere opzichten. Het is geen politiek, maar een humanistisch werk, geen simplistische beschuldiging of veroordeling, maar een complex onderzoek naar wat het betekent mens te zijn, mens onder de mensen, mens voor de mensen. Levi stelt de vraag hoe we nog van ‚Voorzienigheid‘ kunnen spreken. Want het ondenkbare gebeurde. Het ondenkbare werd denkbaar.

Maar het ondenkbare is niet waar het begint. Het ondenkbare is het gruwelijke eindpunt van een lange weg. De weg begint daar waar grote groepen mensen, bevolkingsgroepen, op basis van afkomst, etniciteit, huidskleur, religie, geslacht, overtuigingen, mechanistisch worden afgeschilderd als minderwaardig of vijandig. Het begint als wetten blind boven de waardigheid van de mens worden gesteld, als de reële diversiteit en individuele eigenheid binnen een geviseerde groep bewust worden genegeerd ten voordele van veralgemenende, negatieve stereotypes. Demagogen beogen ons geleidelijk, bijna onmerkbaar, steeds verder en verder deze lange weg van suprematie op te drijven door machinaal herhaalde retoriek, systematisch en doelgericht. Op een fundament van collectieve angst zal een demagoog zich uiteindelijk als de nieuwe grote Leider presenteren, de bevrijder. De kracht van de verzuring.

Een maatschappij heeft reflexen of mechanismes nodig om dergelijk sluipend gif een halt toe te roepen; debat, media, onafhankelijke denkers, individuele burgers, representatieve parlementen, democratische partijen. Het gif werkt enkel als het zich ongecontroleerd en ongecontesteerd een weg mag banen naar de massa’s.

De les van Levi. Het ondenkbare werd denkbaar. Het kan opnieuw gebeuren. Elke mens heeft het recht beoordeeld te worden naar wat hij is, meer dan tot welke groep hij -al dan niet toevallig- behoort.

 

Have an amazing 2017

2016 was a most fascinating year. From my perspective it was either high or low, with little room for middleground.

Our family and my professional life skyrocketed. I gained creative and intellectual freedom and ownership when deciding to further my journey as an independent Scrum Caretaker. And collaborations of beauty are emerging. But all around, in my city Antwerp, my country Belgium, my home continent Europe and on our planet we saw fear and anxiety often dominating.

Remember, fire causes passion as well as death and destruction. Try not to feed your internal wolf called ‘fear’ too much.

Make 2017 an amazing year!

As announced, I foresee spending much energy on introducing re-vers-ify to the world, an act of rhythm, simplicity and focus, a way to help people re-imagine their Scrum and their organisation.

With love
Gunther
22 December 2016

Aan het einde van de kim, (de) WIL. Onbereikbaar?

olyslaegers-jeroen-wilWIL brengt ons het levensverhaal van de genaamde Wils, Wilfried, Antwerpenaar. Zijn levensverhaal wordt volledig overschaduwd door WO II, toen Wils en zijn kameraad Lode hulpagent waren in Antwerpen. Zeker wat Wils betrof, was dit een opportunistische arbeidskeuze. Zo kon hij ontsnappen aan de verplichte arbeid in Duitsland. Het ambiguë gevolg was dan wel dat hij geacht werd andere arbeidsonwilligen in de kraag te vatten. En erger.

Alhoewel Wils heimelijk eigenlijk het serieuze dichterschap ambieert, lijkt zijn voornaamste talent te zijn: overleven. Ambitieloos schippert hij tussen oorlog en vrede, tussen bezetter en verzet, tussen participatie en onthouding, tussen Duitsers en Joden, tussen werkplicht en razzia’s, tussen smeerlap en behager.

De genaamde Jeroen Olyslaegers, getalenteerd schrijver, laat Wilfried Wils, overgrootvader intussen, vandaag zijn verhaal brengen in een indrukwekkende terugblik van zo’n slordige 300 pagina’s. Wils blikt terug op zijn leven, zijn huwelijk, de oorlogsperiode en het leven erna, alhoewel de schaduw van de oorlog veel, zoniet alles, bepaalt. Alsof de klok haar tikken stopte rond ’45. De lezer leert Wilfried Wils kennen als een man die zijn wil wil doen gelden, daar glorieus in faalt, herhaaldelijk, overleeft en voortkrabbelt, herhaaldelijk.

Jeroen Olyslaegers brengt ons met WIL een indringend onderzoek naar de zucht naar normaliteit, het stilzwijgende verlangen om steeds weer zo snel mogelijk, wat er ook gebeurt, over te gaan tot de orde van de dag. Jeroen schetst ons de veranderende gezichten van een stad tijdens de bezetting, het dagelijks leven in een bezette stad, in straten en verdonkerde huizen vergeven van de normaalzucht, ver weg van prozaïsche helden vs. verachtelijke misdadigers. De stad zelf krijgt daarin een eigen stem, terwijl er door haar bevolking meer wordt gezwegen dan gepraat, in de illusie dat dan alles snel weer normaal zal worden. Zwijgen en normaalzucht gaan er hand in hand, in het bezette leven in deze bezette stad.

Genadeloos toont de schrijver ons het laffe zwijgen, en het verdoken verraad dat erin verscholen ligt. Maar de auteur vergoelijkt, oordeelt noch veroordeelt, alsof ook hij over en weer geslingerd wordt tussen de liefde voor de mens, geportretteerd in zijn personages, en de afschuw voor hun daden, alsof ook hij weet dat de grens tussen lafheid en slechtheid moeilijk te trekken is, alhoewel ze wel bestaat. We worden mede-verstekelingen op de schepen genaamd “Leven”, de oceaanstomer genaamd “Maatschappij”. Verstoken van overtuigingen die kunnen uitgesproken worden. We worden allen stilzwijgende neutralen. Toch neemt WIL ons mee tot voorbij het punt waar zwijgen nog een optie is.

Stilte is in zekere zin, en in meerdere lagen, ook de grote kracht van WIL. Zoals we van hem gewend zijn, hanteert Jeroen een overweldigende en rijke taal in WIL, en daarenboven een prachtig Vlaams dat netjes laveert tussen gesproken klank en geschreven inkt, tussen stedelijk volks en verheven poëticaal. Jeroen staat, bij mij alvast, bekend vanwege een stevige overdrive en overdaad, in beelden, in drukte, in woorden. Wel, in WIL is zijn taal nog steeds mooi en rijk, maar blijft hij weg van zijn over-taal. Hij laat de gebeurtenissen, vaak in alle gruwelijkheid, voor zich spreken. Er komt geen onnodig gemoraliseer aan te pas, geen gedramatiseer. Net daarom is het zo’n kopstoot. Wils brengt het verhaal, Olyslaegers is onthecht. Net daarom komen de beschreven gebeurtenissen zo hard binnen. De horror en de gruwel komen onversneden tot de lezer. Maar de schrijvende schepper stelt zich oordeelloos op. Hij zoekt geen excuses, maar gedraagt zich ook niet als rechter.

Het is niet moeilijk de link te zien met hedendaagse thema’s en burgemeesters, maatschappelijk engagement, migratie en vreemden, politieke en andere retoriek, het neo-populisme. Dat is een sterk (s)taaltje, teksten schrijven gebaseerd op een mid-vorige eeuwse periode zodat lezing ervan ook vandaag relevant is. Misschien ook wel beangstigend. Sommige passages kunnen letterlijk, zonder één letter te wijzigen, hergebruikt worden in het Antwerpen en Vlaanderen anno 2016. Voorwaar. WIL is echter geen simplistisch pamflet, het bevat geen lineaire zwart-wit meningen of oordelen, maar toont ons de complexe inter-menselijkheid achter -soms bijzonder gruwelijke- feiten. WIL toont de vele facetten van de diamant, het steentje, de illusie genaamd “waarheid”.

Er is de WIL tot Macht. Er is de onWIL tot spreken. De WIL van de angst en de wrok, voor de Ander, de WIL tot het Grote Zwijgen. En er is WIL van Jeroen Olyslaegers. Verder heb ik zelf geen mening, doe ik er liever het zwijgen toe. Per slot van rekening heb ik hier niet voor gestudeerd, en zijn het mijn zaken niet, de literatuur. En laat me dan ook maar voorbij gaan aan de gigantische hoeveelheden research die dit boek duidelijk gekost hebben.

Evidenter is het om te genieten van de prachtige cover. Gestileerd, dreigend. De sfeer van een bezette stad, de herinnering aan de cover van Bezette Stad van die andere Antwerpenaar, de dichter Van Ostaijen. En cinema uit het interbellum, signatuur Fritz Lang en co.

van-ostaijen-paul-bezette-stadmetropolis-movie-posterm-movie-poster

Ik begrijp dat de ware literatici veelvuldig verwijzen naar Claus, Boon en andere grootheden. Dat is helemaal terecht, omdat WIL in een grootse literaire traditie thuishoort, maar niet omdat het een afkooksel of kopie is van. Een loutere vergelijking doet allen tekort. WIL is vintage Olyslaegers, een gigant op zich, die zijn stem verder heeft ontwikkeld, in beheersing. Vintage de nieuwe Olyslaegers, die net is opgestaan.

Ik kijk en zie. Aan het einde van de kim, de incarnatie van Angelo. De diamanten gevonden. Achterin de kast, inderdaad.

Dank je, Jeroen.

img_3247Vanwege
de Man op de Foto

Scouts Kapellen weigeren verlenging lidmaatschap vanwege rolstoel

(Open brief gericht aan eenieder die het zich aantrekt)

Onze oudste zoon heeft de ziekte van Duchenne. Duchenne is een progressieve spieraandoening. Het Riziv voegde Duchenne recent toe aan een lijst met 40 ernstige ziektes waarvoor medicatie en nieuwe behandelingen het dringendste nodig zijn.

Onze zoon doet het gezien zijn fysieke beperking relatief goed. Hij wordt binnenkort 15 jaar, en is slechts gedeeltelijk rolstoelafhankelijk.

Onze zoon is reeds 8 jaar overtuigd lid van de scoutsbeweging. Hij heeft er vele vrienden, ligt goed in de groep, wordt er goed opgevangen door zijn vrienden en neemt in de mate van het mogelijke deel aan geplande activiteiten. Zijn totem is niet toevallig “Graaggeziene Kauw”.

Vandaag, zaterdag 3 september, start het nieuwe jaar van zijn scoutsgroep.

Scouts Kapellen weigert jongere verder lidmaatschap vanwege handicapGisteren, vrijdag 2 september, kregen wij echter een mail van zijn groeps- en takleiding dat hij niet meer welkom is. Dit was een schok voor ons en onze zoon. Onze eerdere, herhaalde vragen rond contact voor het nieuwe scoutsjaar bleven onbeantwoord. Er vond geen gesprek plaats. Er is geen opgave van reden. Enkel de eenzijdige mededeling “dat wij het als leidingsploeg niet zien zitten om dit extra engagement aan te gaan.”

Onze zoon is er het hart van in. Hier wordt diep in zijn sociaal weefsel gesneden, en in dat van ons gezin. Hij krijgt een schuldgevoel aangemeten voor zijn beperking, het label dat hij enkel een last is. Hij wordt vanwege zijn beperking richting isolatie geduwd. Vanwege een spierziekte waar hij ook niet voor gekozen heeft.

Wij hebben het raden naar het waarom. Zijn fysieke toestand is niet gewijzigd. Wij vragen niet dat hij aan alle activiteiten kan meedoen. Buiten één enkel misverstand zijn er in al die jaren geen problemen geweest. Er is nooit extra werk geweest. Er zijn geen bijzondere aanpassingen gevraagd. Wij hebben het raden naar het waarom. Wij hebben het raden naar de definitie van dat ‘extra engagement’ dat plots niet meer haalbaar is. Met de rolstoel rijden? Want naar te fysieke vergaderingen gaat hij niet. Op kamp mocht hij het laatste jaar ook niet.

Een slapeloze nacht verder. Vandaag begint het nieuwe scoutsjaar. De muur van stilzwijgen dwingt ons om het publieke forum op te zoeken, om daden te vragen en geen mooie websiteverklaringen van de betrokken scoutsgroep van Kapellen (“leren delen”, “verdraagzaamheid”, “niemand uitgesloten”), van het overkoepelende Verbond van Scouts en Gidsen Vlaanderen en van de jeugddienst van de gemeente Kapellen. Bij het Verbond bvb. vinden we geen duidelijke visie terug rond inclusie van kinderen met een fysieke beperking. Jammer, want met de Akaba-werking hebben zij een fantastische opzet voor kinderen met een mentale beperking. Onze tweede zoon, die het syndroom van Down heeft, is al verscheidene jaren enthousiast lid. Maar inclusie van kinderen met een fysieke beperking?

En hoe staat u tegenover deze discriminatie en uitsluiting? Voel je het verdriet, de ontgoocheling van onze zoon? Deel je onze verontwaardiging? DEEL DAN DIT BERICHT.

Laat weten dat mensen met een beperking rechten hebben, dat discriminatie van mindervaliden niet in onze wereld past, niet in de 21e eeuw, niet in de jeugdbeweging, nergens. Laat weten dat het door België in 2009 geratificeerde “Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap” van de Verenigde Naties (2006) geen dode letter mag blijven.

Scoutsgroet
Gunther & Natascha

Antwerpen, maak de juiste keuze

Antwerpen denkt na over de toekomst. Ligt die voor ons, of ligt die in het verleden? In de Antwerpse straten wees een flyer ons op de juiste keuze.

Er loopt een man door onze straat
die de kunst verstaat
mensen om z’n vinger te winden

Die vinger die wijst
terug in de tijd
en niet, zoals ‘t lijkt,
naar verandering
waar onze straat
zich vinden kan.

De vinder strekt zich
tot vlakke hand
en veegt van tafel,
van straat, van plein
alles waar we al jaren
voor aan het werken zijn.

14 oktober 2012.
Maak de juiste keuze.

Van de stilte, de woestijn en de dorst

Opstaan. Vroeg opstaan. Veel te vroeg opstaan. Bidden. Bidden. Werken. Werken. Bidden. Beetje eten. Bidden. Werken. Muren. En… stilte.

Tot ene praatvaar genaamd Annemie Struyf toegang wordt verleend tot je slotklooster. Dan wil je praten. De dorst niet meer onderdrukken. Bezorg je stiekem briefjes. Na 40 jaar. 50 jaar. 60 jaar. Terwijl ik zou denken dat je dat ontgroeid bent na een leven gewijd aan je onzichtbare echtgenoot.

Het denken aan de doden staat toch ook vrij sterk in het teken van de voorbije ‘mens’. Waar is die blijdschap, de zekerheid, dat de overledene eindelijk verenigd is met haar echtgenoot en verlener van absolutie?

De afhankelijkheid van de wereld achter die muur, wereld te verwerpen, is groot. Zo groot als mijn gevoel van een totaal anachronisme. Ik wil ‘nu’ bouwen, zoeken, vechten (soms). Cynisch. Soms. Levenslustig. Altijd.

Deze dubbelaflevering van In Godsnaam eindigde met een dikke knuffel en bijpassende kussen voor de prikkelloze kloosterwezen. Afscheid van een dorstenij van stil verlangen naar een muurloze wereld.