Legendarisch Hedendaags

Met Hedendaagse Legendes werden 3 klassiekers in het stripgenre gebundeld. Pierre Christin schreef in de periode 1975-1977 3 fantastische verhalen die door Enki Bilal werden geïllustreerd. En met ‘fantastisch’ refereer ik niet enkel aan de kwaliteit maar ook aan de inhoudelijke verhalen. Ze brengen gebeurtenissen die zich tegelijk in en buiten onze reële werkelijkheid bevinden, maar we worden quasi argeloos meegenomen op 3 reizen door het uitzonderlijke met een sci-fi tintje.

In Het Dorpje Dat Ging Vliegen (1) beleven we de luchtreis van een volledig dorp. De bewoners genieten bepaald van hun uitstapje dat hen voor één keer onttrekt aan de zware aarde. Ondertussen breken de militaire onderzoekers in het nabijgelegen experimenteel onderzoekscentrum zich het hoofd over het waarom de effecten van het onstopbaar experiment met de zwaartekracht zich vooral buiten het proefgebied lijken te manifesteren. Terwijl de dorpelingen zich vermaken, doen zich griezelig psychomorfische veranderingen voor bij de militairen. Allicht interessant studiemateriaal.

De legendarische figuur 50/22B (ook wel: Guesdin, Guidoni, El Ciego), een raddraaier in hart en nieren, die als intermediar overdrager van energie eerder de zwaartekracht hielp overwinnen, bezoekt in Het Schip Van Steen (2) een ruraal dorpje aan zee dat bedreigd wordt door megalomane projectontwikkelaars. Samen met de lokale gemeenschap, zijn eeuwenoude tovenaar en alle historische dorpsbewoners wordt een indrukwekkend ontsnappingsplan in werking gesteld.

In De Onbestaande Stad (3) genoot ik het meest van de onverwachte omkering van dromen en idealen. In het begin worden we wreedaardig opgewekt uit utopiaans gedroom door de werkelijkheid van een aanslepende staking in een lokale fabriek. Als de eigenaar, beheerder en dominator van de fabriek (en het stadje) voortijdig het leven loslaat, start een merkwaardige sequentie aan gebeurtenissen. Centraal daarin staat de enige erfgenaam die, geïnspireerd door de intussen gekende mysterieuze subversieveling, zich niet wil onttrekken aan haar ‘plicht’ te betalen voor het geld dat haar familie heeft vergaard. Mits enige manipulatie van de hongerige wolven die de overgebleven directeuren vormen, slaagt zij erin een nieuwe stad tot stand te brengen voor de inwoners. Dit leidt bij sommigen tot de omkering van een droom, en de inverse aard van de wreedaardige opwekking eruit. Een stad die niet bestaat? Of niet kan bestaan? Of beter niet had bestaan?

De verhalen bevatten een naturalisme waar Emile Zola zich helemaal in zou kunnen terugvinden; een sociaal, emanciperende inslag tegen de achtergrond van een soort oud-industrieel oud-Frankrijk. Inhoudelijk hebben ze de aanwezigheid van een zelfde engel-achtig figuur gemeenschappelijk, waarvan het staatsvijandig belang, zo wordt geschetst in een kort inleidend verhaal voor het eigenlijke Het Dorpje Dat Ging Vliegen begint, niet kan onderschat worden. In datzelfde inleidende verhaal wordt ook het subversieve karakter van beide auteurs aangeraakt, met hun hunker naar maatschappelijke rechtvaardigheid en een betere wereld. En elk verhaal leidt effectief tot een nieuwe wereld voor de bewoners van de verhalen. Alhoewel het in De Onbestaande Stad toch eindigt met een lichte, ironische kanttekening omtrent de wenselijkheid en het noodzakelijke isolement van gerealiseerde idealen.

De illustratiestijl van Bilal is herkenbaar, zijn personages zijn reeds karakteristiek, maar het zijn nog heel erg… tekeningen. Ze zijn prachtig, maar nog maar een voorbode van de verbeeldende stijl die hij later zou aannemen, als hij ook de verhalen voor zijn rekening neemt. Een hoogtepunt is natuurlijk de Nikopol-trilogie, alhoewel zijn grafiek is blijven evolueren. In zijn laatste reeks, met de voorlopige eerste twee delen Animal’z en Julia & Roem, bestaan de prenten eerder uit houtskool of gouache-achtige schilderijen waarin het belang van aflijning zo goed als is verdwenen. Ik vind het dan ook een beetje dubbel dat deze bundeling “Hedendaagse Legendes” werd heruitgebracht met een nieuwe cover door Bilal die impressies uit de 3 gebundelde verhalen bevat. Het is erg mooi, maar de cover is gemaakt in de stijl die Bilal vandaag hanteert, inclusief de overwegend blauwe inkleuring, terwijl de verhalen zelf daar nog maar de prille oorsprong van bevatten (op pagina 167, plaat 47, herken ik de prille trekken van de latere Parijse machthebber in Kermis Der Onsterfelijken). Maar de verhalen en de grafische verbeelding ervan zijn zondermeer klasse en de moeite, dus laat je door die kleine misleiding niet op het verkeerde spoor zetten, dus ook niet ontgoochelen.

Samen maakten Bilal en Christin later trouwens nog de meesterwerken De Falangisten Van De Zwarte Orde en De Jacht. Uitmuntende aanraders die zich helemaal afspelen tegen dubbelzinnige, politieke achtergronden.

Nietzsch Nieuwzsch onder de Zschnor

Vol enthousiasme kocht ik de strip Nietzsche – Vrijheid Scheppen, de door Maximilien Le Roy verstripte biografie van Michel Onfray. Het enthousiasme bleek overdreven. Te wijten aan enige voorkennis?

Het boek behandelt op zich netjes leven, invloeden en werk van deze immorele goddoder. De muziek, zijn vader-predikant, zijn complexe verhouding met het fenomeen ‘vrouw’. Nog steeds wat minder bekend, en alleen al daarom terecht, wordt zijn syfillis-aandoening in beeld gebracht.

De tekstballonnen bevatten echter nogal wat expliciete verwoordingen door Nietzsche, die enkel tot doel lijken te hebben om enkele waanideeën te ontkrachten. Terwijl het toch al wel aanvaarde, algemene kennis is dat Nietzche geen anti-semiet was (integendeel zelfs). Goed, het leidt dan weer terecht naar de geschiedvervalsing door zuslief.

Het geval Wagner en zijn vreemde relatie met Lou Salomé komen aan  bod. De meeste van zijn boektitels worden verwerkt, maar je moet ze al kennen om ze te herkennen. Minder terecht vind ik de klakkeloze weergave van de fabel van het mishandelde paard, het begin van zijn einde. Hier moet je de relatie met syfillis dan maar vermoeden, zeker?

Kortom, het is een verdienstelijke poging, maar ik vrees dat zowel de persoon, zijn opvattingen, zijn werken en zijn leven net wat te complex zijn om te verstrippen. Naar mijn mening zitten er enkele clichés te veel in. En de gestripte stijl is niet de mijne. Minder dan sober.

Van gouden handen naar een bronzen hart

De Wraak Van Graaf Skarbek is een geschilderd (letterlijk!) strip-tweeluik van toptekenaar Rosinski (Thorgal, De Chinkel, De klaagzang van de verloren gewesten) op scenario van Sente (Blake & Mortimer).

De delen De Gouden Handen en Een Bronzen Hart vertellen het niet zo rechtlijnige verhaal van de Poolse graaf Skarbek. Nadat hij in Napoleontische omstandigheden zijn geboorteland ontvlucht, bedienen zijn (beide!) ‘gouden handen’ voortaan een schilderspenseel in plaats van een sabel. Amoureuze perikelen leggen zijn artistiek lot in handen van de meedogenloze kunsthandelaar North. Na een tumultueuze vlucht verblijft hij 11 jaar gedwongen bij piraten op het eiland Monte Cristo vooraleer wraak te komen nemen op de Parijse bourgoisie.

Lees het in de editie van 4 september 1843 van L’éclat >>>

Maar het, door hem aangestookte, proces brengt twijfels en vragen over zijn identiteit. Waarna alles eindigt in een zoete wraakoefening die de wreker niet alleen met een bronzen hand achterlaat, maar ook met een bronzen hart. En een zoektocht naar een vierde leven.

De Wraak van Graaf Skarbek zet de lezer meermaals op het verkeerde been, met de nodige gedaantewisselingen en andere verrassende wendingen. En als het aan het einde van deel 1 lijkt alsof alles al bekend is, lees voor de zekerheid toch ook maar deel 2.
Rosinski zet het verhaal neer in prachtige palletten, zoals de schilder Louis Paulus het allicht ook zou doen. Misschien is het wel van zijn hand? Zoals de kwinkslag die een link legt naar die andere graaf op Monte Cristo (van Dumas) die zijn wraak ook de nodige tijd gaf om te rijpen.

Ik kan me voorstellen dat het voor Rosinski bijzonder moest zijn om een bloedig (en jammer genoeg typerend) stuk geschiedenis van zijn geboorteland tot leven te brengen.

Nikopol, een vader-zoon relatie

(2023) Nikopol valt bevroren uit de hemel en krijgt een metalen vervangbeen van de god Horus. Maar in een mislukte poging van Horus om zijn collega-goden te blokkeren, bevrijdt het duo Parijs van de fascisten. Het eindigt in een stuk steen voor Horus, in de psychiatrie voor Nikopol en aan het hoofd van Parijs voor Niko jr.

(2025) De bevrijding van Horus doet Nikopol bij zinnen komen. Ze vinden elkaar in Berlijn, waar ze Jill Bioskop ontmoeten, die Londen ontvluchtte na de dood van haar extraterrale minnaar John. Het trio vertrekt op avontuur, achtervolgd door de vliegende piramide met de andere goden.

(2034) Nikopol jr rekent af met voormalig fascistisch dictator J.F. Choublanc en verlaat Parijs (en de politiek) om zijn vader te gaan zoeken.

Hij vindt een onafgewerkte film (de zoveelste van de Dembi-Dolo studio’s). 8 jaar geleden gemaakt… Waarna hij de trein naar Equator-City neemt, zoals ook Helena Prokosj-Tootobi, buiten-genetica experte.

In de stad ziet Niko zijn vader op oneigenlijke wijze (die Horus toch!) een boks-schaakgevecht winnen van de regerende wereldkampioen-blaaskaak. Helena vindt geen sporen van een buitennormele geboorte.  Zoals het Horus betaamt, heeft hij namelijk netjes (nu ja) sporen en getuigen van de bijzondere bevalling van Jill opgeruimd.

De goden herenigen zich, terwijl zoon en vader worden gescheiden. De zoon, wegens verwarring met de vader, wordt ingevroren de ruimte ingeschoten. De val van de piramide op de stad veroorzaakt de val van het kwintet dictators. Dictatorschap is van alle huidskleuren.

Nikopol herbouwt zich na het vergeten. Baudelaire raaskallend. Jill werkt een film af na het vergeten. Zal Niko binnen 30 jaar bevroren op zijn beurt terugkeren?

Koude Evenaar is het laatste deel in de Nikopol trilogie van Enki Bilal, die begon met het politieke Kermis Der Onsterfelijken en het romantische Lady in Blue.

Met hun halfgare nationalisme, hun beperkte godsdienst, hun onkunde in de omgang met macht.

(De goden over de mensen)

Nikopol, door vrouwenogen

(2023) De bevroren Nikopol krijgt een metalen been van de god Horus. Alhoewel ze samen Parijs bevrijden van de fascisten, verliest Horus tegen zijn collega-goden (kan niet verhinderen dat ze brandstof krijgen). Hij eindigt in een stuk steen. Nikopol in de psychiatrie, en Nikopol jr. aan het hoofd van de stad.

(2025) Terwijl enkele ruimtestommelingen Horus bevrijden uit zijn losgekomen stuk piramide, wat Nikopol doet ontwaken uit zijn lethargie, brengt de blauwe journaliste Jill Bioskop in Londen verslag uit van de etnische conflicten. Nadat haar lichtschuwe, dubbelslachtige partner John schijnbaar omkomt bij een aanslag (een bom in een gipsen namaakbom van Freddy Bombex?) vlucht ze onder een stigma van rood naar Berlijn. Berlijn wordt het vertrekpunt van een avontuur naar de warme (?) evenaarsgebieden met vogelkop en Nikopol.

Lady in Blue, het tweede deel van de Nikopol trilogie van Enki Bilal, is grotendeels avontuur en romantiek, wat het een beetje een a-typisch vervolg maakt van het eerste deel, dat een politieke allegorie was.

Een ware delicatesse is de ‘echte’ krant die werd toegevoegd aan het stripalbum. Het betreft De Morgen dd. 14 oktober 1993. Het is de extra bijlage waarin de krant de verslagen publiceert die ze ontving van Jill Bioskop vanuit 2025, verstuurd met de Script-Walker. Van de extra redactionele beschouwingen beseft de lezer dat ze nonsens zijn (die immer-cynische Bilal toch). Omdat de lezer de toekomst kent. 1993 is het jaar van de verbanning van Nikopol. En 6 jaar voor de geboorte van de blauwe journaliste.

Wordt vervolgd in “Koude Evenaar”.

Nikopol, in vogelperspectief

(1993) Alcide Nikopol, deserteur van de Chinees-Russische Crisis, wordt ingevroren de ruimte ingeschoten, onder bewaking van de robot XB2.
(2023) De capsule met Nikopol daalt neer in het Parijs dat bestuurd wordt door de Phalocratische fascist J.F. Choublanc, broer van paus Theodule I.

Nikopol verliest bij de harde -want (nog steeds) bevroren- landing een been. Maar de god Horus vervangt het door een perfect gemodelleerde tramrail. Omdat hij in de parasietvrije Nikopol het perfecte vehikel (letterlijk) ziet voor wraak op zijn al even onsterfelijke collega goden.

Nadat ze samen (nu ja) in een bloedige ijshockeywedstrijd de Zwarte Pijlen verslaan, nemen ze eerst de macht over van de gouverneur om, ondanks een geslaagde sluipmoord op Nikopol, vervolgens de verkiezingen te winnen. Horus echter verliest de strijd met zijn onsterfelijke soortgenoten, die van de nieuwe machthebbers de brandstof krijgen voor het ietwat verouderde aandrijvingsmechanisme van hun vliegende piramide (van een ‘kermis’ gesproken).

De eindelijk hoofdpijnloze Nikopol verliest alle contact met de wereld ten voordele van Baudelaire, terwijl zijn gelijkjarige zoon het wankele Parijs nieuwe, gedesinfecteerde richtingen uitstuurt. Daarin overigens hardnekkig tegengewerkt door de underground gegane restanten van de voormalige fascisten.

Enki Bilal bracht met Kermis Der Onsterfelijken, het eerste deel van de Nikopol trilogie, een bijzondere allegorie over macht, politiek, dictatuur, godendom en tirannie. Beschouwingen over de rol van de media sluipen grafisch heerlijk binnen als krantenknipsels.
Bilal transporteert het verleden naar een toekomst. Bolsjewieken en fascisten tegen een Middeleeuwse achtergrond van verstrengeling van kerkelijke en burgerlijke macht. Zijn cynische hoofdvertolker wijst ons op het gevaar van geestelijke erfgenamen van Hitler, Mussolini, Stalin en co.
In een zeer herkenbare stijl, waarbij elke prent wel een schilderij lijkt. Te weinig ogen voor de vele schitterende luchtmobielen en futuristische wezens, objecten, gebouwen en landschappen.

Wordt vervolgd door Lady in Blue.

A Witzmacher Product (88-08)

In the second half of the 80’s Frank Miller gave the Batman universe definitely a new feel with The Dark Knight Returns and Year One. But Alan Moore created around the same time the iconic The Killing Joke, on Batman’s most illustrious enemy (The Joker). Not to forget that his Watchmen is a likeminded reflection on the psychology of superheroes.

A strange parallel between The Dark Knight Returns and The Killing Joke is Bruce Wayne’s obsession to fund a rehab program for the deranged. A unique Moore touch however are the gray flashbacks, i.c. on a failed comedian finally derailing. Completely. The sort of information on a past, an identity that the best detective in the world could kill for. The sort of detective that really can’t finish anything by the book. Moore’s layers.

Tim Burton gratefully adopted some ideas on how The Joker chemically came to be in his first Batman movie (1989). But it took nearly 20 years more before Christopher Nolan brought the terrible madness of the character to the big screen, in The Dark Knight (2008).

That madness is intensely illustrated in The Killing Joke. A suicide course. Drizzly rain, from beginning to end. Until The Joker’s last joke turns out to be a real killer. The fool prince of darkness.

My Deluxe edition has the recoloring by graphical craftsman Brian Bolland, and an epilogue that he wrote (a teaser? a dream?) to turn all upside down again.